20.000 huishoudelijke hulpen gered?

In juli en oktober 2014 gaven de staatssecretarissen van VWS en Sociale Zaken aan de Tweede Kamer een overzicht van de verwachte arbeidsmarkt zorg na 1 januari 2015 (zie artikel “Arbeidsmarkt zorg na 1 januari 2015“) Zij besteedden daarbij ook aandacht aan de huishoudelijke hulp toelage (HHT), een bedrag dat gemeenten kunnen aanvragen om huishoudelijke hulpen aan het werk te houden.

In een brief d.d. 11 december 2014 aan de Tweede Kamer geven zij aan, dat gemeenten voortvarend aan de slag gaan met het maken van plannen voor de HHT. In totaal heeft 98% van de 403 gemeenten een zgn. HHT-aanvraag ingediend. De verwachting is, dat ongeveer 19 duizend huishoudelijke hulpen hun dienstbetrekking langer behouden. Hiermee wordt ten opzichte van de inschatting van eind 2013 – de eerste AER -, het werkgelegenheidsverlies in de huishoudelijke hulp teruggebracht met 80% (zie artikel “Veranderingen in de zorg en de effecten op de arbeidsmarkt“).
Er loopt een spoedprocedure voor het aanvragen van de HHT, op basis waarvan 240 gemeenten een aanvraag hebben ingediend.
 
Voor het jaar 2015 zal naar verwachting – op basis van de spoedprocedure – ongeveer €110 mln. aan gemeenten worden toegekend. Voor 2016 gaat het naar schatting om een vergelijkbaar bedrag. Dit zal leiden tot het behouden van ca. 12 mln. uur per jaar huishoudelijke hulp.
Wanneer het volledige bedrag uit de standaardaanvragen ook wordt toegekend (ca. €21 mln. per jaar), kunnen ruim 1,5 mln. uur huishoudelijke hulp geleverd worden.
In totaal gaat het dan op jaarbasis om ruim 13,5 mln. extra uren huishoudelijke hulp via de HHT. Door de HHT kunnen (op basis van 1600 productieve uren per fte per jaar en een 16-urige werkweek) ongeveer 19 duizend huishoudelijke hulpen hun baan behouden. Bij 1400 productieve uren per fte per jaar en een dienstverband van 12 uur per week zijn dat ongeveer 29 duizend mensen.
 
In oktober 2013 – op basis van de eerste AER – ging het kabinet nog uit van een werkgelegenheidsverlies in 2015 ten opzichte van 2013 van ongeveer 27 duizend fte (54 duizend personen).
In de tweede AER is het verwachte werkgelegenheidsverlies op macroniveau bijgesteld naar ongeveer 12 duizend fte (30 duizend personen).
Rekening houdend met de genoemde middelen voor de HHT, komt het werkgelegenheidsverlies in 2015 uit op naar verwachting ongeveer 3,5 duizend fte (ongeveer 11 duizend personen).
 

Sectorplannen
Behalve de middelen van de HHT, dragen ook de sectorplannen bij aan het voorkomen van ontslag. Het kabinet heeft €100 miljoen beschikbaar gesteld voor een landelijk sectorplan en 18 regionale plannen in de (langdurige) zorg. De sector en regio’s zelf dragen ook ten minste €100 miljoen bij. De partijen bij de landelijke regionale plannen zijn al druk aan de slag met de uitvoering hiervan.
 
Het landelijke sectorplan van de drie sectoren “Verpleging Verzorging en Thuiszorg (WT)”, “Gehandicaptenzorg” en “Geestelijke Gezondheidszorg” biedt ruimte voor circa 24.000 van werk naar werk trajecten. De trajecten bestaan uit een mix van loopbaangesprekken, coa-ching en arbeidsbemiddeling. Met ontslag bedreigde werknemers worden hiermee ondersteund in het zoeken naar werk, zowel binnen ais buiten de zorg.
Met de regionale plannen kunnen ruim 70.000 trajecten worden aangeboden om mensen op of om te scholen voor ander werk binnen de zorg. In de regio’s zijn de instellingen uitgenodigd om aanvragen voor scholingstrajecten in te dienen.