Aangifte agressie

Agressie in de zorg neemt toe.
Een agressie-incident moet altijd worden aangegeven bij de politie. Door structurele aangifte van agressie-incidenten heeft de politie een completer zicht op alle strafbare feiten en ontstaat een beter beeld van de daders en kan het toezicht worden aangepast. Helaas blijkt dat slechts in een beperkt aantal agressie-incidenten aangifte wordt gedaan. Dit was reden voor de werkgevers- en werknemersorganisaties in de GGZ te inventariseren waarom die medewerkers geen aangifte doen. Het blijkt, dat de medewerkers behoefte hebben aan duidelijke richtlijnen voor het doen van aangifte; zij vragen het opstellen van een protocol. De medewerkers willen dat een incident niet wordt afgedaan als ‘risico van het vak’.

Tegen deze achtergrond is door het O&O fonds GGZ een handleiding opgesteld voor het doen van aangifte, met het doel een duidelijk beeld te bieden wat aangifte doen inhoudt. Hierdoor worden de gevolgen duidelijk, waardoor een goede afweging kan worden gemaakt van de te ondernemen stappen.

De handreiking – hoewel bedoeld voor de GGZ – is echter voor alle soorten zorg (ambulante, intramurale, extramurale zorg, in een open of gesloten afdeling) van toepassing. De hoofdlijnen voor het doen van aangifte blijven immers gelijk. Van de handleiding geven wij hier een samenvatting van de voornaamste aanwijzingen.

Hoe en wie aangifte doen?
Aangifte doen is het melden van een gepleegd strafbaar feit (misdrijf of een overtreding) bij de politie. Hiervan wordt een proces verbaal opgemaakt, op basis waarvan vervolging kan plaatsvinden.
Schakel de politie in een vroeg stadium in. Door zelf bewijs te verzamelen kan veel technisch bewijs verloren gaan. De aangever krijgt na het doen van aangifte altijd direct een kopie van de aangifte mee. Die kopie kan nodig zijn voor de verzekering.