Aantrekkelijkheid van werken in de Zorg 2016

In februari 2016 verscheen het rapport “De aantrekkelijkheid van werken in de Zorg 2016”. Het rapport – opgesteld door onderzoekbureau NIVEL – is gebaseerd op vragenlijstonderzoek in 2015 onder 1272 verpleegkundigen, verzorgenden, agogisch begeleiders en praktijkondersteuners, deelnemers van het Panel Verpleging & Verzorging, een landelijk onderzoekspanel. De paneldeelnemers beantwoorden elke twee jaar vragen over de omstandigheden en aantrekkelijkheid van hun werk, waardoor trends duidelijk worden.
 
De eindconclusie van de samenstellers van het rapport luidt als volgt.

Zorgverleners zijn veelal positief over hun werk en de organisatie waarin zij werkzaam zijn. Het overgrote deel van de zorgverleners nam in 2015 deel aan bij- of nascholing. Aandachtspunten zijn de werkdruk, administratieve lastendruk, afstand tussen de top van de organisatie en de zorgverleners en loopbaan-/promotiemogelijkheden. Mede vanwege de veranderingen in de zorg en de verwachte tekorten aan vooral hoogopgeleide zorgverleners, is het van belang om de werkbeleving en arbeidsomstandigheden van zorgpersoneel te blijven volgen.

 
Het rapport geeft een massa onderzoekgegevens. Wij geven niet alle detailcijfers, doch beperken ons tot een samenvatting van het commentaar van de onderzoekers op deze resultaten, m.a.w. de hoofdlijnen en hoe zij die in een breder kader plaatsen.
Achtereenvolgens geven wij het commentaar op de volgende onderwerpen:

  • Is het werk leuk?
  • promotie- en loopbaanmogelijkheden
  • eigen organisatie
  • scholingsactiviteiten
  • werkdrukmaatregelen
  • administratieve lasten
  • autonomie
Commentaar
Is het werk leuk?
Zorgverleners geven hun baan gemiddeld een 7,6 als rapportcijfer. Het overgrote deel gaat met plezier naar het werk (85%) en vindt het werk inhoudelijk leuk (91%). Het blijkt echter ook dat ruim vier op de tien (43%) denkt niet in staat te zijn het werk tot de pensioengerechtigde leeftijd voort te zetten. Eerder onderzoek liet zien dat werkdruk en (gebrek aan) waardering vanuit de directie hierbij een rol spelen. Zorgverleners die minder werkdruk en meer waardering ervaren, verwachten vaker het werk voort te kunnen zetten tot het pensioen.
Promotie- en loopbaanmogelijkheden
Zorgverleners zijn het meest tevreden over de contacten met cliënten en collega’s en het minst tevreden over promotiemogelijkheden. Een minderheid (43%) is tevreden over de loopbaanmogelijkheden, slechts een derde (36%) is tevreden over de loopbaanbegeleiding.
Het feit dat een substantieel deel (41%) van het zorgpersoneel neutraal is over loopbaanmogelijkheden en loopbaanbegeleiding kan erop wijzen dat velen zich weinig bezig houden met hun loopbaan. Ander onderzoek wijst ook uit dat werknemers in de zorg in het algemeen weinig gericht zijn op hun loopbaanmogelijkheden en ontwikkeling. Dit onderzoek toont dat 53% van de zorgverleners in 2015 met de leidinggevende heeft gesproken over loopbaanmogelijkheden.
Ander onderzoek liet zien dat slechts 25% van de werknemers zich door de werkgever aangespoord voelt om na te denken over de eigen loopbaan. Gezien de verschuivingen op de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld de toegenomen vraag naar hbo-opgeleide zorgverleners) lijkt aandacht voor loopbaanmogelijkheden van belang.
 
Eigen organisatie
Bijna twee derde (65%) van de zorgverleners vindt de eigen organisatie prettig. Zij zijn vooral te spreken over hun team of afdeling, zoals contacten met collega’s en 79% voelt zich gewaardeerd door de direct-leidinggevende. Slechts 17% is ontevreden over de overlegstructuur binnen het team of de afdeling. 54% vindt dat de top van de organisatie niet of nauwelijks op de hoogte is van de feitelijke problemen van de verpleging en verzorging. De helft (51%) ervaart daarvoor geen of weinig waardering vanuit de directie, 74% vindt dat meer gelijkwaardigheid tussen de top en uitvoerenden hun werk aantrekkelijker zou maken.
Een verpleegkundige en verzorgende adviesraad (VAR) kan zorgverleners mogelijk helpen om invloed uit te oefenen op het zorgbeleid. Ander onderzoek liet echter zien dat een ruim deel van de leden van verpleegkundige adviesraden (41%) hun invloed op het zorgbeleid onvoldoende vindt (zie artikel “Onderzoek Verpleegkundige Adviesraad (VAR) 2015“).