Arbeidsmarkt zorg na 1 januari 2015

Op 1 januari 2015 gaat de zorg op de schop. Niet zo’n klein beetje, maar ingrijpend met grote gevolgen voor de werkgelegenheid op basis van nieuwe wetgeving. Zie de volgende artikelen:

Door de onrust over het te verwachten banenverlies – AbvaKabo FNV gaat zelfs uit van 100.000 ontslagen – houdt het kabinet de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de zorg in de gaten met zgn. arbeidsmarkteffectrapportages (AER), die worden opgesteld door een onafhankelijk onderzoeksbureau, onder begeleiding van Actiz, BTN, VGN, GGZ Nederland, CPB, SZW en VWS.
De eerste AER verscheen in oktober 2013 (zie artikel “Veranderingen in de zorg en de effecten op de arbeidsmarkt“).
In de onderzoeken is een onderscheid gemaakt tussen:

  • de werkgelegenheidsontwikkeling op macroniveau (het totaal aantal banen in de zorg) en de gevolgen voor instellingen en medewerkers en
  • microniveau: het aantal wisselingen door gedwongen ontslag of het niet verlengen van flexibele contracten, scholing naar andere functies bij dezelfde werkgever, verschuiving van werkgelegenheid tussen huidige aanbieders en nieuwe toetreders, etc.
In oktober 2013 ging het kabinet uit van een werkgelegenheidsverlies op macroniveau van ongeveer 27 duizend fte (54 duizend personen).
Als gevolg van de extra financiële middelen is dit werkgelegenheidsverlies op macroniveau bijgesteld naar ongeveer 12 duizend fte (30 duizend personen). Deze ontwikkeling werd genoemd in de tweede AER, die in oktober 2014 aan de Tweede Kamer werd aangeboden.
De werkgelegenheidseffecten zijn dus met ongeveer de helft beperkt. Hoeveel baan en/of functiewisselingen (waaronder gedwongen ontslagen) hierdoor zijn voorkomen valt niet exact te voorspellen.
De tweede AER zet uiteen dat het aantal baan- en/of functiewisselingen afhangt van de wijze waarop zorginkopers (gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars) invulling geven aan de zorginkoop.
Dat geldt voor de werkgelegenheid op macroniveau, maar ook voor de gevolgen voor huidige instellingen en medewerkers op microniveau. Het gaat nog altijd om grote aantallen zorgaanbieders en werknemers die door de hervormingen geraakt worden en ingrepen in het personeelsbestand, waardoor gedwongen ontslagen onvermijdelijk zullen zijn. Deels kunnen deze medewerkers elders in de zorg weer aan het werk, deels zal buiten de zorg werk gevonden moeten worden. Niet voor niets hebben sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) in de zorg sectorplannen ingediend die voorzien in circa 90.000 van-werk-naar-werk- en scholingstrajecten voor medewerkers. Hiervoor stelt het kabinet €100 miljoen beschikbaar en leggen de sociale partners in de zorg eenzelfde bedrag bij.
 
In een brief van 7 juli 2014 aan de Tweede Kamer hebben de staatssecretaris van VWS en de minister van SZW het volgende gemeld over de stand van zaken van het arbeidsmarktbeleid.