Arbeidsmarktprognoses VOV-personeel 2013-2017

Het Regeerakkoord van het kabinet Rutte II kondigt een groot aantal maatregelen aan, dat een breuk betekent met het verleden. Niet alleen neemt het groeitempo van de uitgaven af, ook wordt de zorg (care) anders georganiseerd. Het rapport “Arbeid in zorg en welzijn 2013” wijst op de gevolgen voor de arbeidsmarkt. In het verleden was sprake van gestage groei van het aantal werkenden in de zorg, maar dit beeld zal in de komende jaren veranderen.

Het rapport “Arbeidsprognoses VOV-personeel 2013-2017” gaat uit van een nul-scenario, waarin wordt aangenomen dat de beschikbare middelen worden ingezet voor de zorg, zoals dat ook in het basisjaar 2012 gedaan is. Er wordt dus geen rekening gehouden met de gevolgen van toekomstige keuzes van gemeenten. Voor de gevolgen van die keuzes zie het artikel “Veranderingen in de zorg en effecten op de arbeidsmarkt” .

Het prognoserapport beschrijft de uitbreidingsvraag, de vervangingsvraag, het (toekomstige) aanbod van VOV-personeel en het verschil tussen vraag en aanbod. Het wordt afgesloten met een slotbeschouwing op de resultaten, dat wij hier samenvatten.

Slotbeschouwing

Financiële middelen
De beschikbare financiële middelen voor de zorg groeien in 2012-2017 bescheiden (ge-middeld 0,4 procent per jaar).
Veel maatregelen in de langdurige zorg worden in 2015 ingevoerd. Dit is zichtbaar in de daling van de beschikbare middelen in dat jaar en daarmee ook in de uitbreidingsvraag naar VOV-personeel. In de jaren na 2015 nemen de beschikbare middelen juist weer toe. Bovendien verschuiven de financiële middelen tussen de verschillende zorgfuncties in de langdurige zorg. Het kabinet wil mensen langer thuis laten wonen, indien nodig met professionele ondersteuning.

Voor de verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en GGZ betekent dit een verschuiving van intra- naar extramurale zorg. Omdat de benodigde competenties en kwalificaties voor extramurale zorg anders zijn dan voor intramurale zorg heeft dit ook gevolgen voor de toekomstige samenstelling van de beroepsbevolking. Maar ook zonder veranderingen is het maar de vraag of een werknemer die intramuraal werkt, straks bereid en in staat is om extramuraal te werken.

Aanbod
Tot 2011 was sprake van een sterke groei van de werkgelegenheid in de zorg; opleidingen voor de zorg waren populair. De perspectieven op een baan worden de komende jaren echter minder gunstig. Vooral voor de lagere kwalificatieniveaus neemt de vraag af. Dit dreigt voor overschotten aan personeel te zorgen. Deze overschotten kunnen beperkt worden als instellingen minder personeel uit andere bedrijfstakken aantrekken. In de prognoses is dan ook het aanbod van dit personeel voor de komende jaren aanzienlijk naar beneden bijgesteld. Een verdere halvering van de instroom uit overige bronnen, betekent dat de dreigende overschotten zich niet voor zullen doen.