Arbeidspatronen in de Gehandicaptenzorg

In opdracht van de sociale partners in de CAO Gehandicaptenzorg deed het onderzoeksbureau IVA in februari – november 2010 een onderzoek gericht op:

  • hoe instellingen in de Gehandicaptenzorg werk- en rusttijden organiseren,
  • inzicht in hoe werknemers hun arbeidspatronen beleven,
  • het inventariseren van mogelijkheden arbeidspatronen te verbeteren.

De meeste roosters komen op afdeling- of teamniveau tot stand. Werknemers hebben daar-bij een ruime mate van inspraak. Wel is er een trend richting centralisatie; 25% van de roosteraars ervaart daarbij (in mei tot en met september en in december) een structureel personeelstekort. Een meer strategische en structurele benadering van werken rusttijden (en uiteindelijk: van arbeidspatronen) is dan ook wenselijk. Werkgevers en werknemers hebben wel de taak om te komen tot arbeidspatronen die zoveel mogelijk belangen in balans houden. Voor werkgevers is het belangrijk dat het aanbod van arbeid zo goed mogelijk aansluit op de zorgvraag, zowel financieel als dienstverlenend. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop het werk wordt georganiseerd en hoe de personele capaciteit wordt bepaald, maar ook voor de aantrekkelijkheid van de branche als werkgever. Die aantrekkelijkheid wordt sterk bepaald door arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid. Werkpatronen en contracten zijn daarvoor, naast beloning en werkinhoud belangrijke peilers. In concreto het aantal contracturen, daadwerkelijk gewerkte uren, de werktijden en -dagen, de lengte van diensten, de rusttijd tussen diensten.

Werknemers zijn tevreden met hun arbeidspatroon en hoe dit tot stand komt. In verreweg de meeste gevallen ervaren zij een ruime mate van inspraak in hun rooster: formeel, dan wel informeel. Degenen die het minst positief zijn over hun arbeidspatronen zijn de jongere werknemers zonder kinderen. Van hen wordt de meeste flexibiliteit gevraagd, met relatief minder vaak vaste dagen en/of vaste tijden en relatief veel inconveniënte diensten. Werknemers in de intramurale zorg zijn over de gehele linie minder tevreden dan hun collega’s in de ambulante zorgverlening. De conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers vatten wij hier samen.