AZW 2015 Opleidingsbeleid

Het onderzoeksprogramma arbeidsmarkt zorg en welzijn (AZW) (zie ook artikel “Arbeid in Zorg en Welzijn“) heeft tot doel eenduidige en betrouwbare informatie over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang (WJK). Zo komt er kennis over oplossingen, die in de praktijk kunnen worden gebruikt voor de aanpak van knelpunten.

Eén van de onderdelen van het onderzoeksprogramma is het periodiek enquêteren van (minimaal) 1.000 werkgevers in de zorg. Deze enquêtes leveren informatie op die niet via bestaande bronnen te achterhalen is.
In dit artikel staan de resultaten van de werkgeversenquête die tot oktober 2014 is uitgevoerd en in april 2015 gepubliceerd. In dit artikel beperken wij ons tot de resultaten rond de zorg(sectoren).
Het onderzoek besteedt ook een hoofdstuk aan het beleid rond de opleiding en ontwikkeling van medewerkers, m.n. de mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen en het opleiden van nieuwe medewerkers via BBL en stage.

Opleidingsplan
Het merendeel van de respondenten – de werkgevers dus – geeft aan dat er een opleidingsplan is waarin concrete opleidingsactiviteiten zijn beschreven voor specifieke doelgroepen werknemers. In de verschillende branches in de zorg geeft tussen de 80% en 90% aan een opleidingsplan 2014 te hebben.
Ongeveer drie kwart geeft aan dat er een opleidingsbudget is vastgesteld. Er zijn duidelijke verschillen tussen de branches. In de GGZ is dit 95%.
Aan respondenten die hebben aangeven dat er een opleidingsbudget is vastgesteld en die werken voor een instelling met meerdere vestigingen, is gevraagd of dit opleidingsbudget centraal of decentraal is belegd. Bijna drie kwart geeft aan dat dit budget centraal is belegd. In de gehandicaptenzorg en GGZ komt dit het minst vaak voor (respectievelijk 59,3% en 49,3%).
Er is gevraagd wat voor type opleidingen hun medewerkers in 2014 voornamelijk hebben gevolgd. Uit de antwoorden blijkt dat medewerkers volgens 98% voornamelijk vakinhoudelijke opleidingen, trainingen en cursussen hebben gevolgd. Reguliere opleidingen met een formeel schooldiploma (52,4%) komen op de tweede plaats. Daarna volgen de bedrijfsspecifieke opleidingen, trainingen en cursussen (41,1%) en de opleidingen gericht op de overgang naar het sociale domein (22,2%).
Het volgen van bedrijfsspecifieke opleidingen, trainingen en cursussen wordt het vaakst ge-noemd in de ziekenhuisbranche (52,9%) en GGZ (52,5%). Reguliere opleidingen worden het vaakst genoemd in de GGZ (60%).
Ruim de helft geeft aan dat hun instelling in 2014 te maken heeft gehad met veranderende competentie-eisen van medewerkers in bepaalde functies. De branche waarin deze het meest zijn veranderd, is de GGZ (68,8%).