Beroepsprofiel verzorgende

Bij het rapport “Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging” (zie artikel “Toekomstbestendige beroepen: onderscheid tussen hbo- en mbo-verpleegkundigen“) is een aantal bijlagen gevoegd met de voorgestelde bekwaamheden/profielen van verpleegkundigen en verzorgenden.
De wens van de opstellers van het rapport is dat deze voorstellen in de praktijk worden getoetst.
 
Tegen deze achtergrond publiceren wij de volledige tekst van de bijlagen in 3 artikelen:

De eerste 2 bijlagen zijn voorstellen aan de minister van VWS om deze bekwaamheden als Algemeen Maatregel van Bestuur (AMvB) op basis van de Wet BIG vast te stellen.
Het beroepsprofiel verzorgende kan niet door de minister van VWS worden vastgesteld, omdat de verzorgende niet in de Wet BIG wordt genoemd.
 
Dit artikel gaat over het beroepsprofiel verzorgende.
Het beroepsprofiel van de verzorgende bestaat uit een beschrijving van het deskundigheidsgebied (met toelichting) en een overzicht van de bekwaamheden of competenties waarover de verzorgende dient te beschikken om autonoom werkzaam te kunnen zijn in haar deskundigheidsgebied.
 
 
3.1 Deskundigheidsgebied verzorgende
In de onderstaande beschrijving is aangegeven binnen welk domein de deskundigheid van de verzorgende wordt gedefinieerd, dat wil zeggen binnen welk domein de verzorgende in staat wordt geacht als autonome professional verantwoord te handelen. Het gaat hierbij vooral om waar de focus / nadruk wordt gelegd binnen het beroep van de verzorgende. De beschrijving bedoelt niet uitputtend te zijn. Als achtergrondinformatie is in bijlage 2 de huidige beschrijving van het deskundigheidsgebied van verzorgende opgenomen.
 
3.1.1 Beschrijving deskundigheidsgebied verzorgende
  1. Ondersteunen van het zelfmanagement van zorgvragers, hun naasten en hun sociale netwerk, met als doel het behouden of verbeteren van het functioneren in relatie tot kwaliteit van leven, gezondheid en ziekte.
    Gericht op de zes dimensies van gezondheid: lichamelijke functies, mentale functies en beleving, de spirituele/existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren.
  2. Verlenen van verzorging en psychosociale begeleiding, in laag complexe zorgsituaties, volgens protocollen en richtlijnen, met het accent op het uitvoeren van en/of ondersteunen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
  3. (Mede)-opstellen, uitvoeren, evalueren en bijstellen van een zorg(leef-)plan en het verrichten van cliëntgebonden (regie-)taken, in samenwerking met zorgvragers, hun naasten en hun sociale netwerk en met collega-zorgverleners.
  4. Observeren van de zorgvrager gericht op tijdig signaleren van veranderingen in diens gezondheidstoestand en daarop passende actie ondernemen, volgens protocollen. Signaleren van verandering in de leefsituatie van de zorgvrager, zijn naasten en/of zijn sociale netwerk.
  5. Bieden van zorggerelateerde preventie door middel van vroegsignalering, voorlichting, instructie en uitleg, mede gericht op het zelfmanagement van de zorgvrager en het versterken van het sociale netwerk van de zorgvrager.
  6. Verrichten van een beperkt aantal voorbehouden handelingen in laag complexe zorgsituaties, in opdracht van een daartoe bevoegde beroepsbeoefenaar, waarbij toezicht en tussenkomst door opdrachtgever voldoende zijn verzekerd en indien de verzorgende aantoonbaar bekwaam is.