Beschrijving bekwaamheden hbo-verpleegkundige

Bij het rapport “Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging” (zie artikel “Toekomstbestendige beroepen: onderscheid tussen hbo- en mbo-verpleegkundigen“) is een aantal bijlagen gevoegd met de voorgestelde bekwaamheden/profielen van verpleegkundigen en verzorgenden.
De wens van de opstellers van het rapport is dat deze voorstellen in de praktijk worden getoetst.
 
Tegen deze achtergrond publiceren wij de volledige tekst van de bijlagen in 3 artikelen:

De eerste 2 bijlagen zijn voorstellen aan de minister van VWS om deze bekwaamheden als Algemeen Maatregel van Bestuur (AMvB) op basis van de Wet BIG vast te stellen.
Het beroepsprofiel verzorgende kan niet door de minister van VWS worden vastgesteld, omdat de verzorgende niet in de Wet BIG wordt genoemd.
 
Dit artikel geeft de Beschrijving bekwaamheden hbo-verpleegkundige.
  1. Het competentiegebied Vakinhoudelijk handelen: de hbo-verpleegkundige als zorgverlener omvat de bekwaamheid om:
    1. kennis van de basisprincipes uit de anatomie, fysiologie, (psycho)pathologie en farmacologie, ontwikkelingspsychologie en levensfasen van de mens, principes van zelfmanagement en copingstijlen paraat te hebben en actueel te houden;
    2. de theoretische modellen achter de activiteiten en interventies alsmede de bronnen van het verpleegkundig handelen, de actuele richtlijnen en de professionele standaarden te gebruiken,gerelateerd aan basiskennis over verschillende doelgroepen;
    3. in complexe zorgsituaties risico’s in te schatten, problemen vroegtijdig te signaleren (waaronder ook het signaleren van decompensatie en suïciderisico), interventies te kiezen en uit te (doen) voeren en de resultaten te evalueren, daaronder tevens te verstaan het adequaat invulling geven aan gezamenlijke besluitvorming (shared decisison making) met zorgvragers en hun naasten;
    4. te werken volgens richtlijnen en daar beargumenteerd vanaf te wijken als de situatie, de wensen van de zorgvrager of eigen professionele of morele afwegingen daartoe aanleiding geven;
    5. op basis van klinisch redeneren de verpleegkundige zorg c.q. het zorg(leef)plan vast te stellen en te organiseren, gericht op het ondersteunen en bevorderen van het zelfmanagement van zorgvragers, hun naasten en hun sociale netwerk met als doel het optimaliseren van het functioneren in relatie tot de zes dimensies van gezondheid handhaven of (opnieuw) verwerven van het zelfmanagement van de zorgvrager en diens naasten en om adequaat invulling te geven aan gezamenlijke besluitvorming (shared decision making) met zorgvragers, hun naasten en andere zorgverleners;
    6. voorbehouden en risicovolle handelingen uit te voeren, met inachtneming van de eigen bevoegdheid en bekwaamheid;
    7. een zorgrelatie aan te gaan, gebaseerd op vertrouwen, gericht op resultaat met zorgvragers en uiteenlopende doelgroepen. De zorgvrager te ondersteunen bij diens persoonlijke verzorging en daarbij rekening te houden met de wensen van de zorgvrager, zijn behoeften, privacy en diens naasten;
    8. initiatieven te nemen op het gebied van kwaliteitszorg en professionalisering binnen een werkeenheid of expertisegebied, onder meer door het verzamelen, analyseren en interpreteren van informatie en het opzetten van (evidence based) onderzoek.
  2. Het competentiegebied Communicatie: de hbo-verpleegkundige als communicator omvat de bekwaamheid om:
    1. op verschillende niveaus bewust en effectief te communiceren met relevante partijen, op basis van een open, respectvolle en inlevingsgerichte houding;
    2. professioneel te communiceren met een grote diversiteit aan zorgvragers en om te gaan met culturele verschillen en daarmee gepaard gaande andere opvattingen over leven, ziekte, palliatieve zorg en het levenseinde. Kan adviezen geven en de zorgvrager of groepen van zorgvragers begeleiden, instrueren en motiveren;
    3. met familie/mantelzorgers en het sociale netwerk van de zorgvrager te communiceren over hun rol en inzet;
    4. adequaat om te gaan met agressie, grensoverschrijdend gedrag en onbegrepen gedrag bij zorgvragers, hun naasten en sociale netwerk;
    5. uitstekend mondeling en schriftelijk te formuleren en daarbij zo nodig vaktaal in gewone mensentaal om te zetten;
    6. digitaal vaardig te zijn en professioneel gebruik te maken van e-health, zorg op afstand en sociale media en is op de hoogte van de nieuwste toepassingen van Informatie- en Communicatie Technologieën (ICT) in de zorg.
  3. Het competentiegebied Samenwerking: de hbo-verpleegkundige als samenwerkingspartner omvat de bekwaamheid om:
    1. op basis van actuele standaarden, samenwerkingsprocessen en de handreikingen daarin een visie op samenwerking te formuleren en naar voren te brengen, en op basis van die visie in de samenwerking met samenwerkingspartners, collega’s, zorgvragers, hun naasten en mantelzorgers te steunen en hen waar nodig adequaat te verwijzen;
    2. een afweging te maken tussen het inschakelen van mantelzorgers en vrijwilligers versus het inschakelen van professionele zorg;
    3. in (multidisciplinaire) teams een coördinerende/regierol te vervullen, collega-zorgverleners te coachen, een bijdrage te leveren, zichzelf te positioneren, confrontaties en verschil van mening daarbij niet schuwend en te handelen vanuit een gelijkwaardige, collegiale en open houding met zorgvragers en hun naasten, met collega’s in het multidisciplinaire team en met andere samenwerkingspartners;
    4. in het samenwerkingsproces rekening te houden met verschillende perspectieven, van collega’s, zorgvragers en hun naasten en weet hier op professionele en respectvolle wijze mee om te gaan;
    5. met kennis van ketenprocessen, van (potentiële) samenwerkingspartners buiten de zorg en van de organisatie van de zorg in de eigen regio, een sociale kaart en maatschappelijk steunsysteem op te zetten, uit te bouwen en toe te passen;
    6. door accurate verslaglegging en overdracht, met gebruik van moderne digitale technieken binnen wet en regelgeving te rapporteren over de zorg voor patiënten en de informatie over die zorg efficiënt en effectief vast te leggen, te overleggen en nauwgezet over te dragen aan collega’s, ook over de eigen organisatiegrenzen heen.
  4. Het competentiegebied Kennis en wetenschap: de hbo-verpleegkundige als reflectieve zorgprofessional die handelt naar de laatste stand van de wetenschap omvat de bekwaamheid om:
    1. de principes van Evidence Based Practice toe te passen, te participeren in praktijkonderzoek en elementaire kennis van methoden van onderzoek te hanteren;
    2. kennis, ontwikkelingen en actuele thema’s op het eigen vakgebied bij te houden volgens het concept van Leven Lang Leren;
    3. zorgvragers en hun naasten te ondersteunen bij het nemen van beslissingen inzake de behandeling en het al of niet voortzetten daarvan, daarbij rekening houdend met de eigen morele en ethische waarden;
    4. de principes van reflectieve praktijkvoering te hanteren, feedback te geven en te ontvangen om daarmee het wederzijds functioneren te verbeteren en te fungeren als rolmodel voor (aankomend) verpleegkundigen;
    5. rekening te houden met de moreel-ethische context van zorgverlening alsmede de invloed van levensbeschouwelijke en religieuze opvattingen op de zorgverlening en ethische en zingevingsvraagstukken te bespreken met collega’s en zorgvragers;
    6. zichzelf te ontwikkelen door zelfreflectie en zelfbeoordeling om zo het eigen functioneren kritisch te benaderen en bespreekbaar te maken met anderen en zich bewust te zijn van eigen morele en ethische waarden en daar professioneel mee om te gaan.
  5. Het competentiegebied Maatschappelijk handelen: de hbo-verpleegkundige als gezondheidsbevorderaar omvat de bekwaamheid om:
    1. met kennis van epidemiologie, preventie en gezondheidsvoorlichting interventies uit te voeren op het vlak van individuele en collectieve preventie en gezondheidsvoorlichting;
    2. met kennis van de beginselen van zelfmanagement, leefstijlen en gedragsbeïnvloeding gezond gedrag en een gezonde leefstijl van zorgvragers te stimuleren, en zorgvragers mede verantwoordelijk te maken voor hun gezondheid, zo nodig door middel van outreachende zorg en bemoeizorg;
    3. voorstellen te doen voor programma’s om gezond gedrag te stimuleren;
    4. in een brede context relevante gegevens te verzamelen met het oog op vroegsignalering en risicobeoordeling;
    5. zorg te verlenen met respect voor de (cultuurgebonden) opvattingen van groepen mensen, zorgvragers en hun naasten over gezondheid en bij het verlenen van zorg rekening te houden met hun persoonlijke eigenschappen en behoeften. In staat zijn het sociaal netwerk rond een zorgvrager te versterken.
  6. Het competentiegebied Organisatie: de hbo-verpleegkundige als organisator omvat de bekwaamheid om:
    1. een geïntegreerd inter- en multidisciplinair, samenhangend en zoveel mogelijk ononderbroken zorgaanbod te organiseren, te coördineren en te regisseren en de continuïteit van zorg te waarborgen in samenspraak met een zorgvrager. Neemt hierbij gedragsprotocollen in acht die horen bij de beroepsmatige verantwoordelijkheid;
    2. met kennis van de verschillende organisatievormen en -principes het beleid van een organisatie te beïnvloeden en zo een bijdrage te leveren aan het werk- en leefklimaat binnen de organisatie;
    3. op basis van bedrijfsmatig en zakelijk inzicht en kennis van de bekostiging van de zorg op verantwoorde wijze om te gaan met materialen en middelen en beslissingen te nemen over beleid (prioritering) en inzet van middelen voor de individuele (patiënten)zorg;
    4. de nieuwste informatie- en communicatietechnologie voor de zorg in te zetten bij de beroepsuitoefening, daarbij openstaand voor innovatie, en te werken met het elektronisch patiëntendossier.
  7. Het competentiegebied Professionaliteit en kwaliteit: de hbo-verpleegkundige als professional en kwaliteitsbevorderaar omvat de bekwaamheid om:
    1. toepasselijke wet- en regelgeving, richtlijnen en professionele standaarden met respect voor de geldende beroepscode en regels van de organisatie in te zetten ten behoeve van het verlenen van professionele zorg en het ontwikkelen van bruikbare protocollen voor het verlenen van zorg;
    2. de visie op kwaliteit van de zorg begrijpelijk te verwoorden en de resultaten van verleende zorg te monitoren en te toetsen aan relevante kwaliteitskaders;
    3. resultaatgericht, effectief en efficiënt te werken, in staat om zaken te initiëren en te ontwikkelen op het gebied van kwaliteitszorg en innovatie, daarbij professionele standaarden en actuele richtlijnen in acht nemend;
    4. de eigen waarden en normen en die van de beroepsgroep te onderkennen en verantwoord om te gaan met (beroepsgerelateerde) spanningsvelden, zoals betrokkenheid versus zakelijkheid en nabijheid versus afstand houden;
    5. de grenzen van het persoonlijk en professioneel handelen te onderkennen, te benoemen en aan te geven bij collega’s en zorgvragers;
    6. zelfbewust en assertief het beroep uit te oefenen, ambassadeur van het beroep te zijn en professioneel en persoonlijk leiderschap te tonen en collega’s en aankomend verpleegkundigen aan te spreken op (on)professioneel gedrag.