Branche opleidingen VVT

Branche-erkende opleidingen zijn opleidingen zonder landelijk civiel (algemeen erkend) effect (zoals bv. de Mbo-opleiding verzorgende), maar wel met een civiel effect in de branche zelf. In de VVT (verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg) zijn op deze wijze een aantal opleidingen erkend. Het gaat om opleidingen, waarvan het belangrijk is dat de kwaliteit is gewaarborgd. Het diploma van zo’n opleiding garandeert dat de gediplomeerde beschikt over door de branche vastgestelde competenties, ongeacht welke opleiding het diploma verstrekt en met welke methoden de competenties verworven zijn. Toetsing van opleidingen en hun programma’s aan criteria moet de gewenste kwaliteit waarborgen. In januari 2009 verscheen de regeling ‘Erkenning Opleidingen branche verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg’. In de regeling worden de criteria beschreven wanneer opleidingen geschikt zijn voor het verzorgen van erkende opleidingen.

Voor alle branche-erkende opleidingen is een competentie- en kwalificatieprofiel opgesteld, dat is vastgesteld door het overleg tussen organisaties van werkgevers en werknemers. De profielen beschrijven het vereiste eindniveau van de deelnemers aan een opleiding en het programma dat tot dit eindniveau moet leiden. Het overgrote deel van de opleidingstijd bestaat uit leren in de praktijk. Daartoe is een goede samenwerking vereist tussen de opleidingsorganisatie die verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de leerbedrijven die de beroepspraktijk verzorgen. Het toezicht hierop vormt een speerpunt van de erkenningsregeling voor de VVT branche erkende opleidingen.