Arbeidsmarkt Verpleging, Verzorging en Thuiszorg 2017

Het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn brengt ontwikkelingen in kaart in de arbeidsmarkt en het onderwijs voor de sector Zorg en WJK (Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang). Het wil voorzien in betrouwbare informatie over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de zorg (zie ook artikel “Onderzoekprogramma Arbeid in Zorg en Welzijn”).

Regelmatig wordt in het kader van dit programma een integrerend rapport en/of een toekomstverkenning van de arbeidsmarkt Zorg en WJK uitgevoerd. Naast een verkenning van ontwikkelingen geeft dit een prognose. Het doel is ook het verschil tussen vraag en aanbod van personeelscategorieën op te sporen.

In april 2017 verscheen een integrerend rapport “Arbeid in Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Kinderopvang 2016”. Op basis van dit rapport publiceren wij het artikel “2016: Omslagjaar Arbeidsmarkt Zorg”. Ook de volgende 3 artikelen zijn op dit rapport gebaseerd:

Dit artikel gaat over Verpleging, Verzorging en Thuiszorg.

 

Verpleging, Verzorging en Thuiszorg

De werkgelegenheid in de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) is tot en met 2015 afgenomen. 2012 en 2015 laat een Krimp van 13,2% zien. 2016 laat zien dat de krimp ook in 2016 doorzet.

 

2012

426.592

2013

 417.078

 2014

 395.062

 2015

 370.251

 2016

 364.120

Ontwikkeling 2012-2015

-13,2%

 

Zowel in de verpleging en verzorging (78,4%) als in de thuiszorg (72,4%) heeft het merendeel van het personeel een vast dienstverband. Daarnaast werkt 8,1% als oproep-invalkracht in de verpleging en verzorging, in de thuiszorg is deze groep Iets groter: 8,7%. In de verpleging en verzorging werkt 1,0% als zelfstandige. Voor de thuiszorg is dit percentage hoger: 4,7%.

 

In- en uitstroom

De mensen die zijn ingestroomd in de afgelopen jaren, komen vooral uit de sector zelf. In 2016 is de instroom van buiten de zorg bijna even hoog als de instroom van binnen de sector. Het aandeel dat binnenkomt als herintreder neemt toe.

Van de mensen die uitstromen is het merendeel gaan werken buiten de Zorg. Vooral in 2016 is deze groep fors toegenomen, Het aandeel van de mensen dat met pensioen gaat, neemt ook toe.

De instroom in de opleidingen verpleegkunde op mbo-niveau en op hbo-niveau is tussen 2012 en 2014 afgenomen: -4,2% op het mbo en -3,9% op het hbo. Ook de instroom in de opleiding tot verzorgende en helpende is afgenomen met respectievelijk 21,4% en 33,3%. De opleiding tot zorghulp heeft met de grootste krimp in instroom te maken, namelijk met -60:7% in de periode 2012 tot 2014. De opleiding tot medewerker maatschappelijke zorg persoonlijk begeleider laat een toename van de instroom van 28,0% zien in dezelfde periode.