Arbeidsmarkt Ziekenhuizen en UMC’s 2017

Het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn brengt ontwikkelingen in kaart in de arbeidsmarkt en het onderwijs voor de sector Zorg en WJK (Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang). Het wil voorzien in betrouwbare informatie over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de zorg (zie ook artikel “Onderzoekprogramma Arbeid in Zorg en Welzijn”).

Regelmatig wordt in het kader van dit programma een integrerend rapport en/of een toekomstverkenning van de arbeidsmarkt Zorg en WJK uitgevoerd. Naast een verkenning van ontwikkelingen geeft dit een prognose. Het doel is ook het verschil tussen vraag en aanbod van personeelscategorieën op te sporen.

 

In april 2017 verscheen een integrerend rapport “Arbeid in Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Kinderopvang 2016”. Op basis van dit rapport publiceren wij het artikel “2016: Omslagjaar Arbeidsmarkt Zorg”. Ook de volgende 3 artikelen zijn op dit rapport gebaseerd:

Dit artikel gaat over ziekenhuizen en UMC”s.

 

 

Ziekenhuizen en UMC’s

De werkgelegenheid in de umc’s is nog tot en met 2014 toegenomen. Hiermee onderscheidt deze branche zich van de meeste andere branches in de zorg. Tussen 2014 en 2015 is er sprake geweest van een kleine afname van de werkgelegenheid, maar over de hele periode van 2012 tot en met 2015 is er sprake geweest van groei.

In de algemene ziekenhuizen en categorale instellingen neemt de werkgelegenheid vanaf 2012 af. Tussen 2012 en 2015 is er sprake geweest van 3,1% krimp. 2016 laat zien dat dit ook in 2016 doorzet.

 

 

UMC’s

Ziekenhuizen

2012

68.455

217.609

2013

 69.092  215.516

 2014

 69.670  212.844

 2015

 69.419  210.812

 2016

   209.428

Ontwikkeling 2012-2015

1,4%

-3,1%

 

Zowel in de umc’s (81,5%) als in de algemene ziekenhuizen (85,9%) heeft het merendeel van het personeel een vaste aanstelling. In de umc’s werkt 4,9% als oproep-Invalkracht; in de ziekenhuizen is deze groep kleiner: 3%.

 

In- en uitstroom

Medewerkers die zijn ingestroomd, kwamen vooral van buiten de Zorg. Het aandeel herintreders dat is ingestroomd, is 2016 groter dan in 2014. De meeste medewerkers die zijn uitgestroomd zijn aan het werk gegaan buiten de zorg.

Deze groep is tussen 2014 en 2016 groter geworden ten opzichte van de andere groepen uitstromers. De uitstroom naar pensioen is verhoudingsgewijs ook toegenomen.

 

Tussen 2012 en 2014 is de instroom in de opleidingen verpleegkunde op mbo-niveau en op hbo-niveau afgenomen: -4,2% op het mbo en -3.9% op het hbo. Ook de instroom in de opleiding tot doktersassistent is afgenomen (-9.8%). Op het wo- (Wetenschappelijk Onderwijs) niveau zien we dat de instroom in de opleiding geneeskunde is toegenomen in die periode met 18.3%. Op het wo-niveau is de instroom in de opleidingen gezondheidswetenschappen, verpleegkundige master en operatieassistent master afgenomen.