Investeren in verpleeghuizen noodzaak

Eind maart 2017 verscheen een rapport van de Nederlandse Zorg autoriteit (NZa) met de titel “Impactanalyse Verpleeghuiszorg 2017”. In dit rapport  onderzoekt de NZa wat het effect is van het kwaliteitskader (zie artikel Personeelssamenstelling in kwaliteitskader verpleeghuiszorg) op de personeelssamenstelling en de personeelsinzet van de verpleeghuizen, want dit deel van het kader heeft de meeste gevolgen op de kosten van de zorg.

Het kwaliteitskader gaat uit van een groeiproces, omdat niet alle personeelsaanbevelingen direct gewijzigd kunnen worden.

Wel stelt het kader een norm. De verpleeghuizen moeten daarmee aan de slag.

Elke zorgaanbieder heeft immers een andere bewonerspopulatie, een andere visie op zorg en een andere bedrijfsvoering. De invulling van het kwaliteitskader verschilt daarom per zorgaanbieder.

Het gaat om maatwerk. De NZa komt bij de berekening van de verwachte kosten daarom niet tot één benodigd bedrag, maar tot 2 verschillende scenario’s.

Om een beeld te schetsen welke middelen landelijk nodig zijn, is daarbij uitgegaan van een gemiddeld verpleeghuis.

In de analyse heeft de NZa gebruik gemaakt van bestaande cijfers, getoetst aan de praktijk. Daarmee ontstaan voor de verpleeghuissector 2 scenario’s:

Scenario 1

Als alle verpleeghuizen moeten voldoen aan het kwaliteitskader, uitgaande van een gemiddeld zorgprofiel (zzp) en de bedrijfsvoering zoals bij de invoering van de zzp’s, dan heeft dat een geschat effect op de macrokosten van woonzorg en dagbesteding van 3,1 miljard.

Scenario 2

De praktijk leert dat er veel instellingen zijn die duidelijk beter presteren dan het gemiddelde. Zij leveren meer zorg per medewerker. Dat doen zij onder meer door een hogere personeelsaanwezigheid op de groep bewoners. Dit scenario 2 is doorgerekend met aanpassingen in aanwezigheid op de groep (werkzame uren per fte). Alle instellingen zouden dit op relatief korte termijn kunnen invoeren.

Er is gerekend met een aanname, omdat dit niet voor iedere doelgroep in gelijke mate kan worden doorgevoerd. Als alle zorgaanbieders de aanwezigheid op de groep verhogen, is er ca. 2,1 miljard nodig

In beide scenario’s gaat de NZa uit van piekmomenten gedurende de hele dag en avond. Er bestaat ruimte voor de instellingen om daar een andere invulling aan te geven indien dit past binnen de zorgbehoefte per groep.