Alle veelverdieners onder de WNT (3)

Organisaties die een publieke taak uitvoeren, betaald met belasting- of premiegeld, moeten maatschappelijk aanvaardbare salarissen betalen. Dit geldt voor alle sectoren in de zorg.

Door het voorschrijven van een maximale bezoldigingsnorm in de Wet Normering Topinkomens (WNT) (zie gelijknamig artikel) wordt het vertrouwen in en maatschappelijk draagvlak voor de publieke en semipublieke sectoren vergroot.

Sinds de Wet Normering Topinkomens (WNT1) in 2013 mochten topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector nog 130 procent van een ministersalaris verdienen. Dat werd in 2015 verlaagd naar 100 procent door uitbreiding van de wet, de WNT2 (zie ook artikel WNT ook voor interim-directies).

Medio februari 2017 zond de minister van Binnenlandse Zaken het wetsvoorstel WNT3 naar de Raad van State.

De werkingssfeer van de WNT wordt met de WNT3 verder uitgebreid zodat nog meer medewerkers een (lager) maximumloon op niveau van een minister mogen ontvangen.

Doordat de salarisnorm met de WNT2 werd aangescherpt, nam het percentage veelverdieners (boven het ministersalaris) toe. Een automatisch gevolg van de WNT2 was n.l. dat het aantal bezoldigingen boven het ministersalaris is toegenomen.

Op basis van de WNT2 zijn met ingang van 1 januari 2016 door de minister van VWS nadere bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in de zorg vastgesteld.

Gezien de verschillen in zorginstellingen is daarin een aflopende schaal van bezoldigingsmaxima bepaald in 5 bezoldigingsklassen (zie artikel Minister stelt bezoldigingsmaxima topfunctionarissen Zorg vast).

Helaas heeft deze extra regeling van (lagere) bezoldigingsmaxima weinig publieke aandacht gehad.