Centrale Raad van Beroep doet uitspraak over uitvoering Wmo

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft op 18 mei 2016 uitspraak gedaan in vier zaken over huishoudelijke hulp, drie op grond van de Wmo 2015 en één van de Wmo 2007.
Deze uitspraken zijn bepalend voor het beleid van gemeenten in hun subsidie van zorginstellingen die huishoudelijke hulp bieden aan Wmo-gerechtigde burgers.
Deze subsidiëring bepaalt de mogelijkheden waarop de werknemers van deze instellingen voor hun arbeid gehonoreerd worden.
Tegen deze achtergrond gaan wij hier nader in op de uitspraken van de CRvB. Ook al omdat FNV Zorg en Welzijn tracht het beleid van een aantal gemeenten te corrigeren.
 
Beleidsvrijheid beperkt
Kern van de uitspraken van de CRvB is:

  • De huishoudelijke hulp is een voorziening die onder de Wmo 2015 valt.
  • Toekenning van huishoudelijke hulp in de vorm van (standaard)modules is toegestaan, op voorwaarde dat het aantal uren huishoudelijke hulp in de standaardmodules is gebaseerd op objectieve criteria voortkomend uit deugdelijk en onafhankelijk onderzoek. Indien blijkt dat de standaardmodule niet passend is moet maatwerk geboden worden.
  • Het doorverwijzen van inwoners naar private schoonmaakbedrijven is geen algemene voorziening in de zin van de Wmo 2015.
  • Toekenning van huishoudelijke hulp, overeenkomstig de Wmo 2007, in resultaatsgebieden “een schoon en leefbaar huis” vereist een duidelijke maatstaf.
Een aantal gemeenten zal het beleid moeten aanpassen naar aanleiding van deze uitspraken. De mate waarin het beleid moet worden aangepast verschilt per gemeente, afhankelijk van de wijze waarop zij hun beleid eerder hebben ingericht.
 
De Centrale Raad erkent de beleidsvrijheid van gemeenten, maar zegt erbij dat deze wordt beperkt door de Wmo die bepaalt dat de voorziening een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de burger.
 
De verplichting van gemeenten een maatwerkvoorziening te bieden gaat niet zo ver dat de aanvrager in exact dezelfde positie wordt gebracht dan waarin hij verkeerde vóór hij de ondersteuning nodig had. Het is nog afwachten hoe de nadere invulling van dit criterium in individuele zaken door de Centrale Raad wordt toegepast.
 
Het ontwikkelen van nieuwe normtijden voor een schoon huis zal niet eenvoudig zijn. De Centrale Raad heeft in zijn uitspraken geen rekening gehouden met de door het Rijk opgelegde bezuinigingen. De Centrale Raad toetst aan de wet. De gemeenten moeten (met een krimpend budget) alle cliënten ondersteunen van wie is vastgesteld dat huishoudelijke hulp een passende bijdrage levert aan het langer zelfstandig kunnen blijven wonen en ook is vastgesteld dat daar niet op een andere manier in kan worden voorzien.
 
De Centrale Raad heeft de weg van het omvormen van maatwerkvoorziening tot algemene voorziening niet afgesloten maar wel aan strengere regels gebonden. Dit maakt een aanpassing van de bestaande modelverordening noodzakelijk. Ook is onduidelijk hoe een gemeente moet onderzoeken of de algemene voorziening voor de cliënt ook financieel haalbaar is en wat die onderzoeksplicht inhoudt. Hopelijk komt daar op korte termijn in andere uitspraken duidelijkheid over. De voorliggende uitspraak is een tijdelijke voorziening. Wel blijkt uit de uitspraak dat in de beleidsregels en de beschikking van een gemeente duidelijk moet zijn op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van de resultaten van een schoon en leefbaar huis en het kunnen beschikken over schone en draagbare kleding en hoe met de te behalen resultaten een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie van de burger kan worden geleverd. Praktisch betekent dit, dat het ondersteuningsplan dat de cliënt met de zorginstelling maakt, voldoende concreet is.