Dekkingsgraad/herstelplan 2015

Dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van het fonds: de verhouding van wat er ‘in kas’ is en wat het totale bedrag is dat het fonds op termijn (in de toekomst) moet uitbetalen. Als die twee gelijk zijn, is de dekkingsgraad 100%. Bij een dekkingsgraad van bv. 110% is er dus 10% meer vermogen – of reserve – dan de pensioenverplichtingen; een dekkingsgraad van 92% betekent dat er een tekort is van 8%. De nominale dekkingsgraad van het pensioenfonds Zorg en Welzijn bedroeg per 31 december 2007 nog 147%, ruim boven de door de DNB vereiste dekkingsgraad. Eind 2008 was de dekkinggraad gedaald naar 92%, eind 2009 was deze gestegen naar 108% en eind 2010 en 2011 gedaald naar 104%; eind 2012: 97%; eind 2014: 102%; juli 2015 101%.
In 2009 werd een eerste herstelplan opgesteld, dat in 2015 werd vervangen door een nieuw plan

Herstelplan 2015
Het oude herstelplan van PFZW uit 2009 is vervallen, omdat er nieuwe financiële pensioenregels zijn . PFZW heeft op 1 juli 2015 daarom een nieuw herstelplan ingediend bij De Nederlandse Bank (DNB), met maatregelen om te zorgen dat de dekkingsgraad weer op het vereiste niveau komt, zoals normen voor de hoogte van de premie, de indexering van de pensioenen en verwachte rendement.
Er is 12 jaar om weer op de dekkingsgraad van 127% te komen. Jaarlijks moet PFZW aantonen dat het binnen de vereiste termijn aan deze eis voldoet. Zolang PFZW een lagere beleidsdekkingsgraad heeft, is sprake van een tekort.
De Nederlandse Bank gaat uit van 104% als acceptabele ondergrens voor de dekkings-graad.
PFZW moet voldoende eigen vermogen bezitten. Als dat niet hoog genoeg is, moeten de volgende maatregelen genomen worden om daar iets aan te doen:

  • de pensioenen niet verhogen bij een dekkingsgraad onder de 110%;
  • de pensioenen verhogen met slechts een deel van de loonstijging (indexeren) bij een dekkingsgraad hoger dan 110%;
  • een opslag voor herstel in de premie van 2%, deze opslag is al opgenomen in de huidige premie.
Eind 2015 is de dekkingsgraad waarschijnlijk nog onder de 110% en worden de pensioenen dus niet geïndexeerd. PFZW mag de pensioenen pas volledig indexeren als er geen tekort meer is en de dekkingsgraad nog iets verder is gestegen. Als de aannames onder het herstelplan niet uitkomen en het echt niet anders kan, worden de pensioenen verlaagd en komt er een tijdelijke extra premie van 2,5%.
Dit nieuwe herstelplan (2015) is een duidelijke aanpassing/scherping van het eerdere herstelplan uit 2009.
 
Herstelplan 2009
Bij de Nederlandse Bank werd in 2009 een herstelplan ingediend met de volgende doelen:

  • binnen 5 jaar herstelt dekkingstekort (dekkingsgraad boven 104,3% eind 2013);
  • binnen 15 jaar herstelt reservetekort (dekkingsgraad boven 121,7% eind 2023).
De haalbaarheid van dit herstelplan was kritisch, te meer daar het eindpunt van korte termijnherstelplan (31 december 2013) snel naderbij kwam. Volgens de aannames van het herstelplan en de dekkingsgraad eind 2012 zou het fonds eind 2016 uit reservetekort zijn. Dit was niet meer dan een prognose, de feitelijke ontwikkeling van de dekkingsgraad hangt immers sterk af van de onzekere ontwikkeling van rentes en rendementen van de beleggingen.
Nieuwe pensioenwetgeving leidde in 2015 tot een nieuw herstelplan.