Duidelijkheid verpleegkundig specialisten

Na de installatie van de eerste verpleegkundig specialisten in maart 2009 door voormalig minister Klink hebben verpleegkundig specialisten lang moeten wachten op het formaliseren van hun wettelijke bevoegdheden. Dit leidde tot grote onduidelijkheid in de praktijk over wat verpleegkundig specialisten nu wel en wat zij niet mogen doen.

In februari 2011 kwam meer duidelijkheid door twee ontwikkelingen:

  • Het kabinet nam een besluit waarmee bevoegdheden worden vastgelegd.
  • De Tweede Kamer debatteerde over aanpassing van de Geneesmiddelenwet.

Wettelijke bevoegdheden
Op 11 februari 2011 stemde de ministerraad op voorstel van de minister van VWS in met een AMVB (algemene maatregel van bestuur) op grond van de Wet BIG om aan de ‘physi-cian assistant’ en de verpleegkundig specialist een zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde handelingen toe te kennen.
Met deze taakherschikking is het mogelijk dat verschillende zorgverleners taken gemakke-lijker verdelen met als resultaat meer patiëntgerichte en kwalitatief goede zorg. Zorg wordt zo doelmatiger en draagt bij aan het oplossen van het personeelstekort. De ‘physician assistant’ – opgeleid aan een HBO masteropleiding – kan specifiek omschreven routinematige taken van artsen zelfstandig gaan uitvoeren, zoals:

  • het verrichten van endoscopieën,
  • catheterisaties,
  • het geven van injecties
  • het voorschrijven van receptgeneesmiddelen.

De verpleegkundig specialisten acute zorg en chronische zorg, mogen zelfstandig bepaalde voorbehouden handelingen doen, zoals:

  • het geven van injecties,
  • receptgeneesmiddelen voorschrijven
  • puncties verrichten.