Een nieuw beroepenhuis V&V

In het project V&V 2020 wordt geconcludeerd dat een actualisering van het ‘beroepenhuis’ van verpleegkundigen en verzorgenden dringend noodzakelijk is.

Men kwam tot deze conclusie op basis van o.a.:

  • de rondetafelgesprekken met vele honderden beroepsbeoefenaren;
  • wetenschappelijk onderzoek naar de V&V-beroepen;
  • een internationale vergelijking;
  • de vraag naar verpleging en verzorging zal drastisch toenemen en sterk van aard en complexiteit veranderen;
  • met de huidige beroepsprofielen onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van patiënten, waaronder een sterk groeiende groep chronisch zieken en kwetsbare ouderen;
  • er in de toekomst schaarste ontstaat op de arbeidsmarkt aan verpleegkundigen en verzorgenden;
  • deze schaarste niet alleen kwantitatief opgelost kan worden, maar vooral ook kwalitatief;
  • er een helder onderscheid dient te komen tussen beroepen en functies;
  • het onderscheid tussen beroepen duidelijker moet worden,

V&V 2020 kiest voor twee niveaus van beroepsuitoefening van de verpleegkundige beroepsgroep:

  • de verpleegkundige (artikel 3 Wet BIG)
  • de verpleegkundig specialist (artikel 14 Wet BIG),

met verschillende verantwoordelijkheden, bekwaamheden en bevoegdheden. Zij oefenen hun beroep uit op het gebied van de individuele gezondheidszorg.

Er zijn ook twee niveaus van beroepsuitoefening van de verzorging:

  • de zorgkundige (artikel 34 Wet BIG; dit is een beroep op het gebied van de individuele gezondheidszorg)
  • de verzorgende/helpende (met primaire gerichtheid op wonen, welzijn en maatschappelijke dienstverlening).