Europa moderniseert beroepskwalificaties

De erkenning van beroepskwalificaties in de EU wordt gemoderniseerd. Er komt een Europese beroepskaart en de minimale opleidingsvereisten worden vernieuwd.
Deze nieuwe elektronische ‘European Professional Card’ moet:

  • de (tijdelijke) mobiliteit van werknemers in de EU verhogen;
  • de tijd verminderen die het kost om beroepskwalificaties te erkennen.

Nederlandse studenten kunnen nog steeds toegang krijgen tot verpleegkundeopleidingen in andere EU-landen. Daarvoor moeten zij een diploma of certificaat overleggen dat bewijst:

  • dat zij twaalf jaar algemeen onderwijs hebben gevolgd;
  • of dat zij tien jaar algemeen onderwijs hebben gevolgd en (daarmee) toegang hebben tot (beroeps-)onderwijs voor verpleegkundigen.

De richtlijn
De richtlijn is van toepassing op EU-burgers die een “gereglementeerd beroep” – bv. verpleegkundige – willen uitoefenen in een andere lidstaat. Dat betekent dat dit beroep alleen mag worden uitgeoefend na het behalen van een nationaal diploma. De toegang tot dit beroep is wettelijk geregeld. Voor elk gereglementeerd beroep bestaat een bevoegde instantie die beslist over de toegang tot het beroep. De Europese richtlijn regelt toegang tot gereglementeerde beroepen in Europa. Op Europees niveau is geregeld dat diploma’s die toegang bieden tot gereglementeerde beroepen in een bepaalde Europese lidstaat, ook toegang geven tot de overeenkomende gereglementeerde beroepen in andere lidstaten.

De richtlijn omvat 2 stelsels:

  • Algemeen stelsel

Het algemeen stelsel geldt voor beroepen die niet onder een specifiek erkenning-stelsel vallen, gebaseerd op het principe van wederzijdse erkenning. Hierbij kan het ontvangende land bij verschil in opleidingen compenserende maatregelen (een test of stage) verlangen. Voor een gereglementeerd beroep is voor erkenning in het algemeen niet alleen een opleidingsbewijs nodig, maar ook twee jaar (voltijds) beroepservaring.

  • Stelsel van automatische erkenning van kwalificaties

De automatische erkenning van opleidingstitels, op basis van de coördinatie van minimale opleidingseisen, is van toepassing op o.a. de volgende beroepen:
artsen;
verpleegkundigen verantwoordelijk voor algemene zorg;
verloskundigen.

Met het oog op erkenning geeft de richtlijn minimale opleidingseisen voor elk van deze beroepen, inclusief de minimumduur van de opleidingen. Houders van deze kwalificaties kunnen hun beroep in elke lidstaat uitoefenen.

De Nederlandse ziekenhuizen hebben al in 2011 een gezamenlijk standpunt ingenomen over modernisering van de erkenning van beroepskwalificaties in de Europese Unie. Dit is meegenomen in de officiële gezamenlijke inbreng van de Europese werkgeversorganisatie voor ziekenhuizen (HOSPEEM) en de Europese vakbond voor ziekenhuizen (EPSU).