Evaluatiewet WNT 2017

Op 17 januari 2017 is bij de Tweede Kamer de Evaluatiewet WNT (WNT-3) ingediend.
Sinds 2013 konden publieke topfunctionarissen volgens de eerste Wet normering topfunctionarissen (WNT) (zie artikel “Wet Normering Topinkomens (WNT)“) nog 130 procent van een ministersalaris verdienen. Dat werd in 2015 verlaagd naar 100 procent met uitbreiding van de wet, de WNT-2.
De WNT geldt nu nog beperkt voor consultants, communicatieadviseurs, interim-managers, juristen en andere ingehuurde specialisten als zij binnen 18 maanden zes maanden of meer de functie van een topfunctionaris vervullen. Zo niet, dan is er geen limiet wat betreft hun beloning. Soms gaat het om enkele tonnen per persoon per jaar.

Evaluatie
In 2015 is de eerste integrale evaluatie van de wet (WNT) uitgevoerd over de periode 2013 – 2015. Deze evaluatie is op 15 december 2015 aan beide Kamers der Staten-Generaal gezonden. De evaluatie richtte zich op de doeltreffendheid en effecten van de wet en ging tevens in op de uitvoering, toezicht op naleving, kenbaarheid, communicatie en regeldruk (zie artikel “Evaluatie WNT“).
Naar aanleiding van de evaluatie heeft het kabinet een verbeteragenda gepresenteerd. Het nu ingediende wetsvoorstel omvat alle maatregelen uit deze verbeteragenda waarvoor een wijziging van de wet noodzakelijk is.
Hoewel de effecten van de WNT drie jaar na inwerkingtreding nog niet volledig zichtbaar zijn, blijkt uit de evaluatie dat de wet doeltreffend is in het tegengaan van bovenmatige bezoldigingen en ontslagvergoedingen in de (semi)publieke sector. Ook ligt de uitvoering op koers. De in 2014 genomen maatregelen hebben de uitvoering van de WNT verbeterd. Ook laat de evaluatie zien dat de uitvoering op onderdelen kunnen worden verbeterd. Zo kan de doelmatigheid van de WNT worden vergroot door de administratieve lasten te verminderen, onnodige bepalingen te schrappen en de uitvoering daar in te zetten waar de risico’s op overtreding van de WNT-normen het grootst zijn. Bovendien laat de uitvoering situaties zien waarin de normering niet (volledig) geldt waar dat wel gewenst is. Naast de doelmatigheid kan dus ook de doeltreffendheid van de wet nog worden verbeterd.

Doel
Het doel van het wetsvoorstel is primair het realiseren van de maatregelen uit de verbeteragenda die volgt uit de evaluatie van de WNT. Het wetsvoorstel heeft dan ook vier hoofdonderwerpen:

  • de vermindering van administratieve lasten,
  • de aanpassing van de normering van ontslagvergoedingen,
  • de wijze waarop de wet wordt gemonitord en geëvalueerd,
  • het tegengaan van wetsontwijking.
Negatief
De Raad van State bracht een negatief advies uit over de aanpassing van de WNT; er is nog te weinig ervaring met de huidige wet. Ook is er volgens de RvS veel ruimte voor willekeur bij het huidige voorstel. Onlangs werd bv. duidelijk dat 1 op de 7 topambtenaren nog steeds te veel verdient.
Ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft bij herhaling te kennen gegeven geen voorstander van WNT-3 te zijn. Het levert administratieve druk op en draagt in de overheid niet bij aan het gestelde doel.
De VNG vindt dat de CAO voor het overheidspersoneel een goed ordeningsinstrument vormt. (Dit argument gaat voor de zorg niet op. In de zorg-CAO’s zijn bv. de directiesalarissen niet geregeld, wat heeft geleid tot te hoge salarissen, mede aanleiding tot het indienen van de eerste WNT.) Samen met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen zal de VNG zich inzetten tegen WNT-3. De nadruk zou eerst moeten liggen op het reguleren van topinkomens voor topfunctionarissen. Daarnaast moet een goede kennisoverdracht gestimuleerd worden, zodat de uitvoerbaarheid van de WNT in gemeenten vergroot wordt.