Geschiedenis beroepscode

Sinds januari 2015 kent Nederland een door alle betrokkenen erkende beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden.
 
Voorgeschiedenis
De geneeskunde heeft een rijk verleden ten aanzien van beroepscodes. De Codex Hammoerabi (435) bevatte reeds een aantal regels en voorschriften voor het gedrag en de tariefstelling van “chirurgen”. Van veel grotere betekenis is de Eed van Hippocrates (vijfde eeuw voor C.), die een geheel van algemene en bijzondere (morele) regels en voorschriften bood met betrekking tot de uitoefening van het beroep van geneeskundige. Verder kennen wij de Eed van Maimonides (twaalfde eeuw) en de Code of Ethics van Percival (1809), die algemeen als de voorloper wordt beschouwd van de meer recente beroepscode.
Van de moderne codes noemen wij: de Declaration of Geneva (1948, herzien 1991) en de International Code of Medical Ethics (1949, herzien 1983) de bekendste. In Nederland kennen wij de Artseneed uit 1845 en het zogenaamde “blauwe boekje” (1936, herzien 1959 en 1978).
 
Verpleegkunde
De Eed van Hippocrates en de Eed van Maimonides hebben model gestaan voor de zogeheten Florence Nightingale Pledge (1893), de eerste beroepscode op het terrein van de verpleegkunde. Hierin worden van de verpleegkundige moreel hoogstaande karaktereigenschappen geëist, alsmede het afzien van het gebruik en de toediening van schadelijke geneesmiddelen en inachtneming van het beroepsgeheim. Een eerste beroepscode voor de moderne verpleegkunde kwam tot stand in 1950 onder auspiciën van de American Nurses’ Association (ANA).
 
Internationaal bestaat er sinds mei 1953 een beroepscode voor verplegenden en verzorgenden. Deze code is een uitgave van de International Council of Nurses (ICN). De code bevat internationaal geldende normen voor verplegend en verzorgend handelen, bestemd voor wereldwijd gebruik. Daarmee verviel niet de behoefte aan een code toegesneden op de Nederlandse situatie. Veranderingen in de maatschappij en de gezondheidszorg maakte de internationale code in de nationale situatie praktisch moeilijk uitvoerbaar. De Nederlandse Maatschappij voor Verpleegkunde (NMV) ontwikkelde daarom vanaf 1987 een eigen Nederlandse code, die in 1990 beschikbaar kwam.
 
In 1994 hebben AbvaKabo FNV en de toenmalige CFO een conceptberoepscode – gebaseerd op de ICN-code – opgesteld. Na brede raadpleging onder hun leden – verpleegkundigen en verzorgenden – werd de definitieve tekst vastgesteld. De intentie was om samen met NU’91 (de opvolger van de NMV) tot één beroepscode te komen. Toen het begin 1996 niet mogelijk bleek om tot één gezamenlijke code te komen, hebben AbvaKabo FNV en de toenmalige CFO gezamenlijk de beroepscode voor verpleging en verzorging uitgebracht. In 1996 publiceerden NU’91 en STING (een toenmalige beroepsvereniging voor verzorgenden) een eigen beroepscode, respectievelijk voor verpleegkundigen en verzorgenden. Deze beroepscode week inhoudelijk niet wezenlijk af van de beroepscode van AbvaKabo FNV en CFO. Het belangrijkste verschil was, dat de AbvaKabo FNV/CFO beroepscode bestemd was voor zowel verpleegkundigen als verzorgenden. NU’91 en STING waren van mening, dat verpleegkundigen en verzorgenden een eigen beroepscode behoefden. In 2006 werd de beroepscode van AbvaKabo FNV/CFO licht (redactioneel) aangepast. Begin 2007 presenteerden NU’91 in samenwerking met V&VN een nieuwe beroepscode, nu ook bestemd voor zowel verpleegkundigen als verzorgenden.
De twee genoemde beroepscodes publiceren wij hier:

  • Beroepscode I, in 2006 gepubliceerd door AbvaKabo FNV en CNV Publieke Zaak (voor-heen CFO), (zie artikel Beroepscode I)
  • Beroepscode II, in 2007 gepubliceerd door NU’91 en V&VN. (zie artikel Beroepscode II).