Geschiedenis van de sectorfondsen Zorg

In de onderhandelingen over de CAO voor het ziekenhuiswezen in 1989-1990 stond naast verbetering van salarissen en andere arbeidsvoorwaarden een tweetal onderwerpen centraal, te weten de werkdruk en het arbeidsmarkt- en opleidingsbeleid. Naast de CAO zijn werkgevers en werknemers in het ziekenhuiswezen toen een overeen-komst aangegaan, waarin werd voorzien in de oprichting van een paritair bestuurd arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsfonds. Hieruit is de Stichting AWOZ voortgekomen. Ook werd ingegaan op de toezegging van het toenmalig kabinet om een samenhangend pakket maatregelen op te stellen ter verlichting van de werkdruk en ter verbetering van de werking van de arbeidsmarkt. In maart 1990 werd tussen werkgevers en werknemers enerzijds en overheid anderzijds een Convenant Arbeidsmarktbeleid Zorgsector (CAZ) getekend. Het doel van dit convenant was:

  • een goede werking van de arbeidsmarkt in de gezondheidszorg te realiseren;
  • ervoor te zorgen dat er een adequate en kwalitatief hoogstaande arbeidsvoorziening komt door optimale arbeidsbemiddeling en inzet van scholingsinstrumenten;
  • het leveren van een bijdrage aan de bestrijding van de werkloosheid, gericht op langdurig werklozen, etnische minderheden en (herintredende) vrouwen.

Overheid en sociale partners besloten daarnaast tot een structurele meerjarige aanpak van de arbeidsmarktproblematiek in de zorgsector, dat leidde tot de oprichting van sectorfondsen. Deze fondsen richten zich op de verbetering van de arbeidsmarkt, werkgelegenheid en opleidingen voor zittend en intredend personeel. Voor de zorgsector waren dit het AWOZ (ziekenhuiswezen), het AWOB (bejaardenoorden) en het AWO (thuiszorg en gehandicaptenzorg). Analoog aan deze ontwikkeling is later ook voor de academische ziekenhuizen een arbeidsmarkt- en opleidingsfonds opgericht, dat later is opgevolgd door de stichting SoFoKles. De samenwerking tussen de sectorfondsen AWO, AWOB en AWOZ werd sterk geïntensiveerd. Dit werd gestimuleerd door de bestuurlijke samenwerking in het kader van het Convenant arbeidsmarktbeleid zorgsector (CAZ). De totstandkoming van het CAZ was een sterke impuls voor een andere opzet van de fondsen. Maar ook andere ontwikkelingen speelden daarin een rol. Zo dwongen de grote arbeidsmarktproblemen in de zorgsector tot gezamenlijk handelen. De noodzaak tot verdere samenwerking werd algemeen onderschreven. Begin 1999 werd daarom door de drie fondsen de Bestuurscommissie Herstructurering Fondsen ingesteld. Deze commissie onderzocht hoe de drie fondsen op bestuurlijk en uitvoerend niveau kunnen integreren. Overeenstemming werd bereikt over de opzet van een nieuwe organisatie, met een nieuwe bestuurlijke en organisatorische structuur. De drie sectorfondsen fuseerden tot één nieuw “sectorfonds Zorg en Welzijn”, dat faciliteiten verschafte aan twee deelsectorfondsen. Deze twee deelsectorfondsen – Zorg en Welzijn – waren verantwoordelijk voor de inhoudelijke werkzaamheden. Deze structuur startte op 1 januari 2001 en duurde tot 1 januari 2005.