Inspectie verpleeghuizen 2015

150 verpleegzorginstellingen die eerder matig presteerden, hebben een flinke verbeterslag gemaakt. Dit constateert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een tussenrapportage. De IGZ ziet nog wel een aantal verbeterpunten n.l.:

  • in de scholing van medewerkers,
  • het toezien op medicatieveiligheid,
  • het cliëntdossier
  • de afstemming van de verschillende onderdelen van het zorgplan.
De 150 zorginstellingen waren eerder onvoldoende in staat om de zorg voor kwetsbare bewoners op een goed niveau te brengen en voortdurend verder te verbeteren, zo bleek uit een eerder IGZ-rapport ‘Verbetering van de kwaliteit van ouderenzorg gaat langzaam’ uit 2014. De inspectie heeft deze instellingen daarom tussen januari en september 2015 extra geïnspecteerd. De verbeterpunten van de IGZ bespreken wij hieronder:

  • Scholing
    20% van de instellingen scoort een onvoldoende op deskundigheid en inzetbaarheid van personeel. In bijna de helft van de instellingen kan de scholing worden verbeterd en is de bestaande scholing onvoldoende afgestemd op de zorgproblematiek van de cliënt.
  • Richtlijnen en protocollen
    Bijna 40 procent van de instellingen werkt nog niet voldoende volgens richtlijnen en protocollen.
  • Medicatieveiligheid
    Bij risicovolle medicatie is altijd een tweede controle nodig door een bekwaam persoon. Toch doet 40% van de instellingen dit niet. Daarnaast beschikt 40 procent van de instellingen niet overeen actueel medicatieoverzicht van de apotheker. Ook wordt medicatie niet altijd zorgvuldig bewaard en zijn medicijnen soms over de vervaldatum.
  • Zorgplan
    Voor wat het cliëntdossier betreft heeft de helft van de instellingen de verschillende onderdelen van het zorgplan niet voldoende op elkaar afgestemd en de risico’s voor de cliënt niet voldoende geïnventariseerd.
  • Vrijheidsbeperkende maatregelen
    Een kwart van de instellingen heeft zijn visie en beleid voor het toepassen van vrijheids-beperkende maatregelen nog niet voldoende beschreven. Een derde van de instellingen maakt bij aanvang van vrijheidsbeperkende maatregelen geen probleemanalyse van het gedrag van de cliënt. Ongeveer 80 procent van de zorgaanbieders nam alle toegepaste vrijheidsbeperkende maatregelen op in het cliëntdossier.
  • Verbeterplannen
    Instellingen stellen wel verbeterplannen op voor de organisatie van de zorg, maar de verschillende onderdelen van de ‘Check en Act’ van de Cirkel van Deming zijn bij de meeste instellingen niet voldoende geborgd. De helft van de instellingen gebruikt informatie over fouten niet structureel en systematisch voor hun kwaliteitssysteem. Ook wordt het effect van uitgevoerde werkzaamheden niet structureel geëvalueerd.