Kabinet scherpt WNT aan

Het kabinet zond begin maart 2014 een wijziging van de bestaande WNT (Wet Normering Topinkomens) naar de Raad van State.
In het wetsvoorstel werd de norm voor topinkomens in de publieke en semipublieke sector aangescherpt. Vanaf 1 januari 2015 mogen topbestuurders in de (semi)publieke sector (bv. de zorg) niet meer verdienen dan het salaris van een minister (100%). Op basis van de bestaande WNT is dat nog 130%.
 
Vanaf 1 januari 2015 wordt het maximum inkomen € 169.245,– salaris plus onkosten en pensioenbijdrage (was € 230.434,–).
Met de aanpassing van de norm naar 100% van het salaris van een minister wil het kabinet de bezoldiging naar een maatschappelijk meer aanvaardbaar en verantwoord niveau brengen en onwenselijke salarisontwikkelingen corrigeren (zie ook “In 2012 Gouden handdrukken in de ziekenhuizen“).
Nieuw benoemde bestuurders vallen vanaf 1 januari 2015 direct onder de nieuwe norm. Voor zittende bestuurders met een hoger inkomen dan het ministersalaris geldt vanaf die datum een overgangsrecht op basis waarvan het inkomen na vier jaar in stappen naar het nieuwe plafond wordt gebracht.
 
Het kabinet wil alle inkomens in de publieke en semipublieke sector aan het maximum van het ministersalaris binden. In de nieuwe wet wordt de groep die onder de wet valt, uitgebreid: niet alleen de bestuurders, maar alle functionarissen (adjunct-directie, staffunctionarissen etc.).
 
Inmiddels is de behoefte gebleken om, op basis van arbeidsmarktomstandigheden, voor een bepaalde functie bij specifieke instellingen een uitzondering te maken. Daarom is in een nieuw wetsartikel in de mogelijkheid geopend om bij ministeriële regeling in een beperkt aantal gevallen een uitzondering toe te staan op de toepassing van de 100%-norm. Deze uitzondering mag echter de 130%-norm niet te boven gaan.
 
In de huidige wet is bepaald dat binnen drie jaar na de inwerkingtreding een evaluatie dient plaats te vinden van de doelmatigheid en de effecten van de wet in de praktijk, en vervolgens elke vijf jaar. In de wetswijziging wordt bepaald de termijn van vijf jaar te bekorten tot drie jaar. Dit betekent dat de eerste evaluatie van de wet in 2015 zal plaatsvinden en de daaropvolgende in 2018.
Ook over een aantal specifieke vraagstukken zal daarbij worden gerapporteerd, zoals effecten van het sanctieregime, de kwaliteit van nieuw aangetrokken (top)-functionarissen, gevolgen voor het loongebouw en de mogelijkheid geschikte bestuurders te kunnen aantrekken, het vertrek naar het buitenland van bestuurders en andere arbeidsmarkteffecten.
 
Op 16 oktober 2014 ging de Tweede Kamer akkoord met de wijziging van de WTN.