Kerntaken van de (beginnende) verpleegkundige

De kerntaken uit het beroepscompetentieprofiel zijn ook voor beginnend verpleegkundigen in het algemene ziekenhuis van belang. Dat geldt vooral voor de eerste twee hieronder genoemde zes taken. De andere taken komen gaandeweg wel in orde.

Hieronder wordt per kerntaak samengevat wat het belang daarvan is voor een beginnend verpleegkundige en welke invulling die daaraan zou moeten geven.

Taak 1:
Ondersteunen van de zorgvrager bij de persoonlijke basiszorg
Deze taak is de kern van de zorg. Op termijn zullen relatief eenvoudige, verzorgende taken worden overgenomen door verpleegkundig assistenten of helpenden. Ook het ondersteunen van de zorgvrager zal ontwikkelen naar het bevorderen van de zelfredzaamheid en autonomie van de patiënt. Er zal een groter appél worden gedaan op kennis en vaardigheden die beginnend verpleegkundigen om de juiste inschattingen te maken, taken te delegeren of om snel te kunnen schakelen.

Taak 2:
Verpleegtechnisch handelen
Deze belangrijke kerntaak wordt complexer vanwege de zwaardere zorgvraag. De ‘eenvoudige gevallen’ worden niet meer in het ziekenhuis behandeld. Ook zal door de vergrijzing de intensiteit van verpleegtechnische handelingen toenemen.

Beginnend verpleegkundigen in algemene ziekenhuizen moeten bijna driekwart van de verpleegtechnische handelingen kunnen toepassen en beheersen. Van de rest hoeven ze alleen theoretisch op de hoogte te zijn. Er kan een aantal verpleegtechnische handelingen worden toegevoegd, zoals PEG-sondevoeding toedienen, thoraxdrainage, port-a-catch aanprikken en verzorgen, glucose meten, bladderscan en fixatietechnieken.

Taak 3:
Begeleiden van zorgvragen op psychosociaal gebied en zingeving
Op dit gebied worden aan een beginnend verpleegkundige minder strenge eisen gesteld dan aan een beroepskracht met meer ervaring. Soms worden aan een beginnend beroepsbeoefenaar niet de zwaarste ‘gevallen’ voorgezet. De doorlooptijden worden steeds korter, waardoor er minder contactmogelijkheden zijn.

Taak 4:
Ondersteunen van zorgvrager en mantelzorg bij het voeren van de regie over het eigen leven
Deze taak zal in belang en complexiteit toenemen. Patiënten gaan eerder naar huis en zal er vroegtijdig ‘geregisseerd’ moeten worden. De (beginnend) verpleegkundige moet enerzijds de patiënt aanmoedigen en stimuleren tot zelfredzaamheid en anderzijds grenzen kunnen stellen aan het zelf opzoeken van medische informatie om voldoende veiligheid te waarborgen.

Taak 5:
Preventie toepassen door het geven van voorlichting, advies en instructie
Door kortere doorlooptijd moet dezelfde informatie in een korter tijdsbestek geleverd worden. Er participeren steeds meer partijen (zoals familie, verzekeraars en andere zorgverleners) die invloed (willen) hebben op het zorgproces. Het geven van voorlichting, advies en instructie zal in de toekomst een aanzienlijk deel van het takenpakket zijn. Dat vereist constructief samenwerken met andere disciplines en goede communicatieve vaardigheden.

Taak 6:
Organiseren van zorg
De organisatie van zorg wordt o.a. beïnvloed door: de marktwerking en het bedrijfsmatiger en efficiënter werken, de toegenomen snelheid van handelen, de noodzaak om prioriteiten te stellen en de multidisciplinaire organisatie in teams. Ook krijgen verpleegkundigen steeds meer te maken met administratieve taken, dus effectief omgaan met hun tijd en situaties snel in kaart kunnen brengen.

Taak 7:
Bijdragen aan de organisatie en het beheer van de werkeenheid
Sommigen menen dat juist beginners komen met nieuwe, frisse ideeën waarvan organisatie en werkeenheid goed gebruik kunnen maken. Anderen vinden dat beginnend verpleegkundigen eerst ‘het vak’ maar eens moeten leren en dat deze taak later wel aan de orde komt.

Taak 8:
Bijdragen aan bevorderen van kwaliteit van zorg
Van beginnend verpleegkundigen wordt verwacht, dat zij signaleren wat beter kan en ervaren collega’s doorgeven hoe goed georganiseerd en gestructureerd te handelen, omdat de zorg steeds meer volgens richtlijnen en procedures verloopt. Door tijdsdruk en een kortere ligduur kan kwaliteitsborging en -ontwikkeling in het gedrang komen; beginnend verpleegkundigen moeten hiermee om kunnen gaan.

Taak 9:
Ontwikkelen en professionaliseren van het beroep van verpleegkundige
Verpleegkundigen zijn zelf verantwoordelijk voor het op peil houden van hun kennis. Dit geldt ook voor het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van het beroep. Beginnend verpleegkundigen worden op dit gebied nog vaak gecoacht en gestimuleerd.