Kwaliteit huishoudelijke hulp

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden, met als doel het bevorderen van de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van mensen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wmo, inclusief de indicatiestelling. De financiering van de huishoudelijke verzorging werd daarmee overgeheveld van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo; de gemeente moet mensen ondersteunen die een beperking ondervinden bij hun zelfredzaamheid. Gemeenten willen daarom de term Huishoudelijke Verzorging (HV) vervangen door de term Hulp bij het Huishouden (HH).

Bij algemene maatregel van bestuur is vastgelegd dat op de aanbieders van hulp bij het huishouden de Kwaliteitswet zorginstellingen van toepassing blijft, inclusief het toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De inspectie heeft dus geen toezicht op de gemeenten, maar op de aanbieders. De gemeenten zijn autonoom in het maken van afspraken met aanbieders. Om het toezicht op hulp bij het huishouden concreet in te vullen, heeft de Stuurgroep Verantwoorde Zorg een ‘Kwaliteitsdocument voor Verantwoorde Hulp bij het Huishouden’ opgesteld, waarin staat uitgewerkt aan welke kwaliteitseisen aanbieders moeten voldoen om tot verantwoorde hulp te komen. De Stuurgroep Verantwoorde Zorg bestaat uit vertegenwoordigers van: ActiZ, BTN, Landelijk overleg cliëntenraden (LOC), ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), STING, VNG en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Omdat door de verandering in de genoemde uitvoering risico’s kunnen ontstaan, vroeg de staatssecretaris van VWS aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg te rapporteren over de kwaliteit van de hulp bij het huishouden. In het rapport “Betere kwaliteitsafspraken nodig voor hulp bij het huishouden”, dat in september 2010 verscheen, beschrijft de inspectie de resultaten en conclusies van een eerste onderzoek naar de kwaliteit van de hulp bij het huishouden.