Minister stelt bezoldigingsmaxima topfunctionarissen Zorg vast

Met ingang van 1 januari 2016 zijn de bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in de zorg (en jeugdhulp) door de minister van VWS vastgesteld en daarmee aangepast aan de verlaagde norm ingevolge WTN-2 (zie ook artikel “Wet Normering Topinkomen“). Daarnaast wordt het aantal klassen waarin een zorginstelling valt, vastgesteld. Deze nieuwe regelgeving volgt op hoofdlijnen het voorstel van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ)
 
Het doel van de klassenindeling onder de WNT 2-norm is te komen tot een maatschappelijk acceptabele bezoldiging voor bestuurders in de zorg. Indien uitsluitend de bezoldigingsmaxima uit de WNT 2 van toepassing zou zijn, zouden de bezoldigingen zich allemaal naar deze maxima richten. Gezien de diversiteit van de zorginstellingen is een differentiatie van bezoldigingsmaxima wenselijk, de nieuwe regeling kent dan ook 5 bezoldigingsklassen.
In de WNT-2 is de maximaal toegestane bezoldiging van topfunctionarissen voor het jaar 2016 bepaald op € 179.000,-, op basis van de verlaging van 23% van de WNT 1-norm naar de WNT 2-norm (zie artikel “Kabinet scherpt WNT aan”).
 
De nieuwe klassenindeling kent een systematiek om de klasse te bepalen. De vorige klassenindeling uit 2009 was gebaseerd op de Beloningscode Bestuurders in de Zorg (BBZ) (zie artikel “Salariëring Zorgbestuurders (BBZ)”). Dit was geen overheidsregeling. maar een besluit van 2 verenigingen. Het volgen van deze beloningscode was alleen verplicht voor leden van de verenigingen NVTZ en NVZD (Nederlandse Vereniging Zorg Directeuren).
De minister van VWS heeft op basis van de BBZ de nieuwe Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg vastgesteld. Wel is de objectieve controleerbaarheid van de criteria verbeterd. Ook is het aantal criteria teruggebracht om de toepassing van de regeling te vereenvoudigen.
 
De maxima, de nieuwe klassen en de nieuwe puntenberekening gelden met ingang van 1 januari 2016. Voor bezoldigingsafspraken die op of na die datum gemaakt worden, gelden ze per direct. Voor topfunctionarissen die reeds voor die datum zijn aangesteld en voor wie de wijziging een verlaging van het toepasselijke bezoldigingsmaximum betekent, geldt het overgangsrecht uit de WNT.
 
Binnen het bezoldigingsmaximum van de WNT-2 (2016: € 179.000.–) is zo een bindend salarissysteem voor topfunctionarissen (o.a. directies in de zorg (en jeugdhulp) tot stand gekomen. De 25 (!) verschillende soorten zorginstellingen moeten op basis van een systeem van waarderingsfactoren (kennisintensiteit, complexiteit, omzet) salarisschalen vaststellen, waarbij de verschillen tussen instellingen duidelijk zijn. Zo kunnen directies van UMC’s het maximum bereiken, aflopend tot lagere bedragen voor bv. een instelling die verpleegartikelen uitleent.
 
 
Uitvoering
De toezichthouder (Raad van Toezicht) bepaalt jaarlijks welke scores en klassenindeling voor de topfunctionarissen in hun instelling van toepassing zijn. De toezichthouder is ook verplicht om de onderbouwing van de totaalscore en de daaruit voortvloeiende klassenindeling schriftelijk vast te leggen. Op basis daarvan wordt in feite de bezoldiging van de directie bepaald. De accountant van de instelling dient deze onderbouwing te controleren.
De door de werkgever verschuldigde, verplichte sociale verzekeringspremies behoren niet tot de bezoldiging. Werkgeversbijdragen in aanvullend ouderdomspensioen worden echter wel tot de bezoldiging gerekend.
Per 1 januari 2016 geldt ook dat, indien een rechtspersoon voor zorg samen met een of meer andere rechtspersonen of instellingen die dergelijke zorg verlenen tot een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (ook wel ‘concern’ genoemd) behoort, voor iedere rechtspersoon een eigen klassenindeling mag worden toegepast. De reden hiervoor is dat in veel concerns bestuurders in meerdere rechtspersonen of instellingen zitten (personele unies).
Zo kan voor de hele groep c.q. concern een passend ‘intern’ loongebouw worden vastgesteld.