Nederlandse Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden 2015

1. Algemene punten met betrekking tot de beroepsuitoefening

  1. Als verpleegkundige/verzorgende oefen ik het beroep uit met het oog op het welzijn en de gezondheid van de zorgvrager.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • handel als professional vanuit de beroepswaarden en –normen
    • mij bewust ben van een mogelijk verschil tussen de beroepswaarden en -normen, mijn eigen waarden en normen en de waarden en normen van de zorgvrager en zijn of haar omgeving en de waarden en normen van andere professionals en dat ik mij hierin professioneel – dat wil zeggen verantwoordelijk, accuraat en doelgericht en gebruik makend van mijn vakkennis en mijn gezonde verstand – opstel
    • bij verschillende opvattingen zoek naar een oplossing en mij hierin professioneel opstel.
  2. Als verpleegkundige/verzorgende handel ik bij de uitoefening van mijn beroep naar de normen, richtlijnen, protocollen, gedragsregels en eisen van zorgvuldigheid die invulling geven aan goed hulpverlenerschap (professionele standaard).
    Dat betekent onder andere dat ik
    • kennis heb van actuele richtlijnen en protocollen
    • zicht heb op relevante wetgeving en tuchtrechtuitspraken
    • beroepsrelevante ontwikkelingen en opvattingen volg
    • hier reflectief mee om kan gaan
    • mijn professionele oordeelsvermogen gebruik om te bepalen of ik bij deze zorgvrager de richtlijn of het protocol moet volgen of daar beredeneerd van af moet wijken.
  3. Als verpleegkundige/verzorgende ben ik verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op mijn eigen handelen, bejegening en gedrag als professional.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • deze verantwoordelijkheid niet kan overdragen op collega’s
    • aanspreekbaar ben door collega’s op deze verantwoordelijkheid
    • mij niet kan verschuilen achter de verantwoordelijkheid van anderen
    • daar waar ik in opdracht van andere professionals handelingen uit moet voeren waar ik niet achtersta, ik dat beredeneerd aan die professional laat weten.
  4. Als verpleegkundige/verzorgende houd ik mijn kennis en vaardigheden voor het op verantwoorde en adequate wijze uitoefenen van het beroep op peil.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • vakliteratuur bijhoud
    • deel neem aan deskundigheidsbevorderende activiteiten
    • ervoor zorg dat mijn zorgverlening aansluit bij actuele wetenschappelijke, technologische en beroepsmatige ontwikkelingen
  5. Als verpleegkundige/verzorgende ken ik de grenzen van mijn eigen deskundigheid en beroepsverantwoordelijkheid en verricht ik alleen handelingen die binnen deze grenzen liggen.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • geen opdrachten en verantwoordelijkheden accepteer die buiten de grenzen van mijn deskundigheid en/of beroepsverantwoordelijkheid liggen
    • in dergelijke gevallen adequaat weet door te verwijzen
    • hulp zoek in situaties waar ik alleen niet uit kom.
  6. Als verpleegkundige/verzorgende neem ik initiatieven en ondersteun ik activiteiten ter bevordering van de ontwikkeling van het beroep en de kwaliteit van zorg.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • bijdraag aan het opbouwen, toepassen en verspreiden van (ervarings)kennis
    • de ontwikkeling, verspreiding en het in de praktijk brengen van relevante standaarden en richtlijnen ondersteun en daar waar mogelijk een bijdrage aan lever
    • activiteiten van de beroepsgroep ondersteun om voorwaarden te scheppen voor een goede beroepsuitoefening.
  7. Als verpleegkundige/verzorgende draag ik bij aan een veilige zorgverlening.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • alert ben en actie onderneem op situaties waarin de zorg niet voldoet aan eisen van kwaliteit, veiligheid of hygiëne
    • alert ben op het voorkomen van fouten en daar waar sprake is van een fout dit bespreekbaar maak en (volgens instellingsprocedure gebruikelijke) actie onderneem om negatieve gevolgen tegen te gaan ofte beperken
    • alert ben op onveilige situaties veroorzaakt door familie of mantelzorgers en daar actie op onderneem
    • een bijdrage lever aan het creëren van een veilige (afdelings)cultuur voor het bespreekbaar maken en leren van fouten
    • mij houd aan voorschriften voor het voorkomen van infectiegevaar en verwondingen (bijvoorbeeld over het dragen van sieraden; over het gebruik van een mobiele telefoon tijdens de zorgverlening; over goede (hand)hygiëne).
  8. Als verpleegkundige/verzorgende houd ik in de beroepsuitoefening rekening met een verantwoorde verdeling van middelen.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • een tekort of defect aan beschikbare middelen direct meld bij de leidinggevende/verantwoordelijke collega
    • suggesties doe voor een betere omgang met de beschikbare middelen
  9. Als verpleegkundige/verzorgende zorg ik goed voor mezelf.
    Dat betekent onder andere dat ik
    • mijn rechten en plichten als werknemer ken
    • mij in conflictsituaties adequaat kan voorzien van morele en/of juridische bijstand
    • let op mijn sociaal, geestelijk en lichamelijk welzijn
    • zo ergonomisch mogelijk werk
    • in geval van ziekte dit direct meld en met mijn leidinggevende en/of collega’s overleg of het verstandig is aan het werk te gaan.