Nieuwe Wmo 2015

Op 24 april 2014 stemde de Tweede Kamer in met de nieuwe Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Daarmee is een belangrijke stap gezet naar invoering per 1 januari 2015.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op een aantal belangrijke onderdelen geamendeerd:

  • Het kwaliteitsbeleid dient een gemeentelijke aangelegenheid te zijn. De regering dient terughoudend te zijn met het stellen van aanvullende kwaliteitseisen en moet daarvoor een extra zware procedure volgen.
  • De bepaling is geschrapt dat gemeenteraden eisen kunnen stellen aan de bestuursstructuur en de bedrijfsvoering van aanbieders. Het zou tot onwerkbare situaties leiden als gemeenten op dit punt uiteenlopende eisen zouden stellen aan aanbieders.
  • Het aanvragen van een PGB (Persoons Gebonden Budget) mag niet nodeloos ingewikkeld worden gemaakt en het PGB is een gelijkwaardig alternatief voor zorg in natura.
  • Gemeenten moeten reële tarieven vaststellen voor de ondersteuning die zij inkopen, zodat een gezonde bedrijfsvoering mogelijk is en prijsdumping wordt voorkomen. Dit uitgangspunt geldt voor alle vormen van Wmo-ondersteuning.

Doel van de wet
De gemeente wordt op basis van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning van mensen op een breed terrein. De gemeente krijgt opdracht zorg te dragen om een goede toegankelijkheid te bevorderen van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking.

De wet draagt bij aan het realiseren van een samenleving, waarin mensen met beperkingen zoveel mogelijk in staat worden gesteld op gelijke voet met anderen te participeren. Ook moet de zelfredzaamheid en participatie worden bevorderd van mensen met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem, opdat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Door gerichte ondersteuning bij het voeren van regie op het eigen leven, het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en het ontmoeten van anderen, kunnen mensen die het op eigen kracht niet redden (ook niet met ondersteuning van de sociale omgeving), zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven en meedoen in de maatschappij.

De ondersteuning door gemeenten dient zo mogelijk ook te bevorderen dat mensen na verloop van tijd minder op ondersteuning aangewezen zijn. Daar waar dit passend is, zullen gemeenten ter invulling van hun wettelijke opdracht tot maatschappelijke ondersteuning ook beschermd wonen en opvang bieden.

Beleidsruimte gemeenten
De Wmo bepaalt welke onderwerpen in een gemeentelijk plan moeten worden uitgewerkt. De gemeenteraad bepaalt zelf op welke wijze hij daaraan invulling geeft; de gemeente beschikt dus over beleidsruimte.

De wet geeft aan welke onderwerpen de gemeente in ieder geval moet uitwerken; zo ligt het voor de hand dat gemeenten informatie verzamelen over de situatie van hun burgers.

De gemeente krijgt de ruimte om binnen het sociale domein verbindingen te leggen die noodzakelijk zijn voor efficiënt beleid, waarbij het bevorderen van de zelfredzaamheid en de participatie van de ingezetenen centraal staat. Deze beleidsruimte doet niets af aan de opdracht om een aanvraag maatschappelijke ondersteuning van een passende reactie te voorzien. Bij het besluit zal de gemeente rekening moeten houden met de in de wet benoemde elementen, zoals behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de betrokkene en met de lokale omstandigheden zodat maatwerk kan worden geboden.

Het beleidsplan
Het is van groot belang dat de gemeenteraad het plan eerst vaststelt na zorgvuldige afweging en uitgebreide consultatie van ingezetenen . De Wmo 2015 vraagt de gemeenten in het beleidsplan aandacht te besteden aan keuzemogelijkheden tussen aanbieders. De gemeenteraad kan een plan vaststellen dat breder is dan maatschappelijke ondersteuning, en daarbij andere onderdelen van het sociale domein betrekken, bijvoorbeeld het gemeentelijk gezondheidsbeleid.

Gemeenten hebben ook de bevoegdheid gericht een financiële tegemoetkoming te verstrekken aan personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen en daarmee verband houdende meerkosten. De gemeenteraad kan bij de verordening bepalen of en zo ja in welke gevallen en in welke mate het college een tegemoetkoming dient te verstrekken.