Onderzoek fysieke belasting VVT

In opdracht van de A+O VVT (zie artikel “A+O VVT”) vond door het Onderzoekbureau LOCOmotion een vijfde monitoring over fysieke belasting in de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg en de Kraamzorg plaats. Eerdere metingen vonden plaats in 2001, 2003, 2005 en 2008 (niet in kraamzorgorganisaties). 
In het tweede halfjaar van 2014 en begin 2015 is gemeten met verschillende meetinstrumenten.
 
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een korte vragenlijst voor medewerkers met vragen over klachten aan het bewegingsapparaat, feiten en meningen over fysieke belasting en het instellingsbeleid. Ook zijn de TilThermometer- en RisicoRadar gegevens gebruikt om de fysieke overbelasting in kaart te brengen. Tenslotte is aan instellingen gevraagd hun BeleidsSpiegels in te leveren. Daarmee is inzicht verkregen in de kwaliteit van het preventiebeleid in instellingen.
 
We vatten hier de resultaten samen van:

  • conclusies Verpleeg- en verzorgingshuizen,
  • conclusies Thuiszorg,
  • conclusies Kraamzorg.
Conclusie Verpleeg- en verzorgingshuizen
In totaal laten de resultaten een enigszins teleurstellend beeld zien met enkele lichtpuntjes.
Er is sprake van een duidelijk betere situatie dan een jaar of 15 geleden. Klachten aan het bewegingsapparaat en verzuim zijn redelijk tot goed met een laag verzuim. Die klachten zijn in omvang en ernst iets toegenomen.
Organisaties hebben hard gewerkt aan preventief beleid bij inzet van hulpmiddelen zoals tilliften, bedden, etc. Toch zijn er duidelijke tekenen van een toename in de blootstelling aan fysieke belasting door de toename in zorgzwaarte en verslechteren van eerder ingezette verbeteringen (protocollair werken, scholing, training, onderhoud, ruimtelijke randvoorwaarden). Deze ontwikkeling zorgt voor toename van fysieke overbelasting. De meetbare inspan-ningen van instellingen zijn onvoldoende om hier het hoofd aan te bieden.
Speciale aandacht vragen de 55-plussers en dan met name hun statische belasting: het min of meer langdurig werken in moeilijke houdingen (wassen, wond verzorgen, douchen, onder-steunen bij voeding, incontinentiezorg etc.). Gezien de veranderingen in de zorgzwaarte neemt deze belasting de komende jaren verder toe. Deze vorm van belasting bouwt zich op in het lichaam en is de oorzaak van langdurig verzuim bij deze groep.
Een aanpak ervan moet ook de jongeren omvatten om die opbouw van belasting te voorkomen; verder moet gekeken worden dan hooglaag materiaal en kan gedacht worden aan moderne vormen van wondverzorging, incontinentieverzorging en adequate apparatuur voor wassen en douchen of iets als verzorgend wassen (zonder water).
Het ingezette beleid van sociale partners blijft weliswaar succesvol, maar er zijn dus duidelijke signalen dat de fysieke belasting voor medewerkers netto gezien toeneemt maar zo dat instellingen weliswaar verbeteringen hebben doorgevoerd, maar verder beleidsmatig nog onvoldoende zijn om de toename in zorgzwaarte het hoofd te bieden.
Bij ongewijzigd beleid is de kans reëel dat de klachten aan het bewegingsapparaat nog verder toenemen en dat ook het verzuim of het vervroegd uittreden toe zal nemen. Daarnaast is er nog altijd een kleine groep instellingen die nauwelijks preventief beleid voert en vormen medewerkers in ondersteunende diensten een blijvend aandachtspunt.