Ontwikkeling naar bescherming klokkenluiders

Klokkenluiders hebben in het verleden belangrijke misstanden aan het licht gebracht, die soms hebben geleid tot lange juridische procedures en diep ingrijpen in het leven van klokkenluiders, die hun baan kunnen verliezen, in financiële moeilijkheden komen of psychologische problemen ondervinden. Hun lotgevallen hebben er toe geleid dat veel mensen terughoudend zijn geworden om maatschappelijke misstanden te melden.
Tegen deze achtergrond heeft zich een maatschappelijke discussie ontwikkeld ter bescherming van de klokkenluider. Van deze ontwikkeling geven wij hier een schets.

Ontwikkeling
In 2001 werd voor Rijksambtenaren de ‘Regeling procedure inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand’ van toepassing, gevolgd door eigen regelingen voor andere overheden. Ook werd in 2002 voor het Rijk een Commissie Integriteit Overheid (CIO) ingesteld, waar in bepaalde gevallen vermoeden van misstanden rechtstreeks kan worden gemeld.
In 2006 werd de CIO de meldinstantie voor Rijk, provincies, politie en Defensie.
Gemeenten konden zich aansluiten bij de Commissie Klokkenluiders Gemeentelijke Overheid (CKGO), de Nationale ombudsman, of een gemeentelijke ombudsman tot meldpunt maken.

Het eindrapport van de Evaluatie klokkenluidersregelingen publieke sector (2008), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, liet zien dat deze regelingen melders onvoldoende rechtsbescherming aan de klokkenluiders bieden.
De onderzoekers pleitten voor ‘een op een andere leest geschoeide regeling’. Daarbij wezen zij op de mogelijkheid van een onafhankelijk instituut met onderzoekscapaciteit, de noodzaak van arbeidsrechtelijke bescherming en de wenselijkheid van financiële ondersteuning.
De gang naar de CIO is volgens de onderzoekers ‘zeer onaantrekkelijk’ en het CIO speelt ‘geen enkele rol van betekenis bij het opsporen van misstanden’.
In 2003 stelde de Stichting van de Arbeid een ‘Verklaring inzake het omgaan met vermoedens van misstanden in ondernemingen’ op. N.a.v. deze verklaring kwamen de gezamenlijke werkgeversverenigingen in de zorg met een model “klokkenluidersregeling”.
Op 4 december 2007 nam de Tweede Kamer een voorstel aan om een Fonds voor klokkenluiders in het leven te roepen.
Naar aanleiding van de evaluatie van de overheidsregelingen sprak de Tweede Kamer de wens uit om een eenduidige regeling te maken voor de publieke en de private sector. De regering nam het initiatief om een ‘Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden’ in te stellen. Deze commissie moet klokkenluiders adviseren en doorverwijzen naar bestaande instanties. Deze commissie doet zelf geen onderzoek naar aanleiding van een melding, biedt de melder geen specifieke ondersteuning en voorziet evenmin in financiële bijstand (zie artikel “Meldpunt klokkenluiders“).

Initiatiefwet
Om de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden te verbeteren, onderzoek mogelijk te maken en melders (ook financieel) beter te beschermen, dienden een 6-tal Tweede Kamerleden (van SP, PvdA, GroenLinks, D’66 en CU) op 14 mei 2012 een initiatiefwetsvoorstel in. De indieners van het wetsvoorstel wezen op de verschillende regelingen voor klokkenluiders, zowel voor de publieke als voor de private sector. Die regelingen gaan uit van de relatie tussen werknemer en werkgever: het melden van een misstand wordt vooral gezien als een arbeidsconflict. Klokkenluiders hebben echter niet in de eerste plaats een conflict met hun werkgever, maar melden een maatschappelijke misstand.
Een arbeidsconflict is niet de kern, maar het gevolg van een melding. Mensen die kennis hebben van een maatschappelijke misstand moeten dat meestal eerst intern melden, bij hun werkgever of leidinggevende of een daartoe aangewezen vertrouwenspersoon.

De behandeling van het initiatiefvoorstel – formeel de “Wet Het Huis voor Klokkenluiders” –heeft enige tijd geduurd. Het voorstel werd op 2 juli 2015 met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen. Ook de Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel met algemene stemmen op 1 maart 2016 aangenomen (zie artikel “Wet bescherming klokkenluiders“).