Ontwikkelingen Arbeidsmarkt Ziekenhuizen en UMC’s 2016

Het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn brengt ontwikkelingen in kaart in de arbeidsmarkt en het onderwijs voor de sector Zorg en WJK (Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang). Het beoogt te voorzien in betrouwbare informatie over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de zorg (zie ook artikel “Arbeid in Zorg en Welzijn“).
Regelmatig wordt in het kader van het programma een integrerend rapport en/of een toekomstverkenning van de arbeidsmarkt Zorg en WJK uitgevoerd. Meer een verkenning van mogelijke ontwikkelingen dan een prognose. Het doel is grote discrepanties tussen vraag en aanbod van personeelscategorieën op te sporen.
In februari 2016 verscheen een integrerend rapport “Arbeid in Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Kinderopvang 2015”. Op basis van dit rapport publiceren wij op deze website het artikel “Ontwikkelingen Arbeidsmarkt Zorg 2016“.
Per zorgsector zijn ook de volgende 3 artikelen op dit rapport gebaseerd:

Dit artikel gaat over de ziekenhuizen en UMC’s.
(Zie ook artikel “Toekomstverkenning 2014-2019 ziekenhuizen en UMC’s“)

 
Ontwikkelingen
  • Vanaf 2013 werd het groeipercentage van de zorguitgaven teruggebracht naar 1,5% in 2014 en 1% per jaar van 2015 tot en met 2017.
  • Bij algemene en categorale ziekenhuizen geschiedt de schaalvergroting veelal in de vorm van bestuurlijke fusies. Het einde van het fusietijdperk lijkt echter in zicht.
  • De risico’s in de bedrijfsvoering en de continuïteit van ziekenhuizen zijn toegenomen.
  • De verpleegduur neemt nog steeds af. Beddenhuizen worden verkleind.
  • De complexiteit van de zorg neemt toe.
  • Het beleid gericht op doelmatigheid en kwaliteit leidt tot spreiding en concentratie:
    • De concentratie van hoogcomplexe zorg (topreferent en topklinisch) in umc’s en meer gespecialiseerde ziekenhuizen.
    • Verbetering van de zorg door het bundelen van kennis en expertise in expertisecentra.
    • Het bieden van acute zorg en een last resort-functie voor patiënten met complexe zorgvragen in de umc’s.
  • Een verschuiving naar eerstelijns- en anderhalvelijnszorg.

Arbeidsmarktontwikkelingen
Er zijn acht universitair medische centra (UMC’s) nauw verbonden aan medische faculteiten van een universiteit.

  • Het aantal werknemers van de umc’s is in de periode 2010-2014 gestegen van 66.859 naar 70.132.
  • Het aantal fte’s is in dezelfde periode ongeveer gelijk gebleven van 55.926 naar 55.055.
  • De gemiddelde deeltijdfactor is daarmee gedaald.
  • Het aandeel mannen in de umc’s is hoog.
  • Het aandeel werknemers jonger dan 35 jaar is licht gestegen, terwijl in de meeste zorgbranches sprake is van een – soms fors – dalend aandeel jongere werknemers.
Er waren in 2015 zeventig algemene ziekenhuizen, 22 categorale ziekenhuizen en dertig revalidatiecentra in Nederland.

  • Het aantal werknemers in de ziekenhuizen is in de periode 2010-2015 gedaald van 215.472 naar 209.416.
  • Het aantal fte’s is in die periode gedaald van 162.196 naar 159.956 (eind 2014 nog 162.602). De gemiddelde deeltijdfactor is daarmee iets gestegen.
 
Uitdagingen voor de toekomst

  • De verschillen tussen ziekenhuizen worden groter. leder ziekenhuis moet het zorgaanbod en de daaraan gekoppelde personeelsvraag bepalen.
  • Scholing van medewerkers vraagt extra aandacht in verband met o.a. nieuwe behandelmethoden, medisch-technologische ontwikkelingen.
  • Goede afstemming tussen de zorginstellingen en onderwijsinstellingen op regionaal niveau is daarbij van belang.
  • 41,7% van de werknemers in ziekenhuizen en 36,6% van de werknemers in umc’s ervaren een (te) hoge werkdruk.
  • Tekort aan aanbod van verpleegkundigen op hbo-niveau. Al wordt er op korte termijn eerst een overschot verwacht
  • De uitdaging is voldoende verpleegkundigen naar hbo-niveau te scholen of te werven.
  • Vooral bij de hbo-opleiding voor verpleegkundigen is er een tekort aan stageplaatsen.
  • Er vindt meer differentiatie plaats bij de functies van de hbo-verpleegkundige en de verpleegkundig specialist. Vergroting van de flexibiliteit bij de vervolgopleidingen heeft daarbij de komende jaren aandacht.
  • Steeds grotere jaargangen werknemers gaan met pensioen. Contracten met veel jonge werknemers (veelal tijdelijke contracten) zijn jaren niet verlengd. Daardoor ontstaat er op termijn een nieuwe vraag naar goed opgeleid personeel.