Opnieuw vrijheidsbeperkende maatregelen

In 2007 en 2008 onderzocht de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg en concludeerde dat in beide sectoren nog te veel vrijheidsbeperking (onrustband en het afzonderen van clienten) plaatsvond (zie “Jaarboek Werknemers in de Zorg 2009”). De inspectie stuurde in dezelfde periode de circulaire “Preventie van calamiteiten bij het gebruik van onrustbanden” naar het veld om te waarschuwen voor de risico’s. Op basis van al deze ontwikkelingen nam de inspectie het initiatief om samen met cliënten-, branche- en beroepsorganisaties ook een intentieverklaring op te stellen om het aantal vrijheidsbeperkingen fors te verminderen en het gebruik van de onrustband zoveel als mogelijk uit te bannen. Tijdens het IGZ-congres Zorg eind november 2008 ondertekende de inspectie samen met het veld een verklaring over het terugdringen van vrijheidsbeperkingen.

In 2010 onderzocht de inspectie opnieuw welk beleid instellingen voeren om vrijheidsbeperking te verminderen. De centrale vraag van dit onderzoek was in welke mate in de zorg voor cliënten met een verstandelijke beperking en ouderen met dementie sprake is van het verantwoord terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen. De gehanteerde definitie van vrijheidsbeperking luidt: alle maatregelen (fysiek en verbaal) die de vrijheid van cliënten beperken. De resultaten van het onderzoek – die wij hier samenvatten – werden in november 2010 gepubliceerd.

Conclusies
De inspectie constateert bij de bezoeken aan 100 instellingen voor cliënten met een verstan-delijke beperking of psychogeriatrische cliënten dat op het gebied van vrijheidsbeperking meestal zorgvuldig gehandeld wordt. In vergelijking met 2008 stellen medewerkers zichzelf vaker de vraag of er een alternatief is voor vrijheidsbeperking en of het verminderen of af-bouwen van vrijheidsbeperking aan de orde is.