Pensioenregeling

Ouderdomspensioen
Vanaf 1 januari 2004 heeft Pensioenfonds Zorg en Welzijn een middelloonregeling. Dat betekent dat het pensioen is gebaseerd op het salaris dat men gemiddeld verdiend. Bij het berekenen van het Ouderdomspensioen geldt: hoe meer pensioenjaren en/of salaris, hoe hoger het Ouderdomspensioen.

Pensioenjaren zijn de jaren waarin men pensioen opbouwt bij het pensioenfonds. Bij een fulltime dienstverband bouwt men één pensioenjaar per kalenderjaar op; bij parttime dienstverband bouwt men naar verhouding pensioenjaren op. Ieder volledig pensioenjaar bouwt men sinds 2011 1,95% pensioengrondslag op (salaris minus franchise); (was 2,05%). De opzet is hiermee de stijgende levensverwachting op te vangen. Het ouderdomspensioen heeft een pensioenleeftijd van 65 jaar en kan geheel en gedeeltelijk ingaan tussen het 55ste en het 70ste jaar. Vanaf 1 januari 2009 geldt daarbij de mogelijkheid om het ouderdomspensioen in hoogte te variëren.

Partnerpensioen
Vanaf 1 januari 2006 bouwt men een deel (0,625%) van het partnerpensioen op. Het andere deel van het partnerpensioen is een risicoverzekering. Als men overlijdt terwijl pensioen wordt opgebouwd, dan krijgt de partner een volledig partnerpensioen. Overlijdt men terwijl er geen pensioen wordt opgebouwd, dan ontvangt de partner alleen dat deel van het partnerpensioen dat is opgebouwd. Bij de keuze op de pensioendatum voor een vol partnerpensioen hoeft minder ouderdomspensioen te worden ingeruild. Bovendien kan een deelnemer zijn opgebouwde rechten omruilen voor extra ouderdomspensioen. Bij het einde van de deelname aan de pensioenregeling door pensionering blijft het opgebouwde deel aan partnerpensioen in stand.