Personeelssamenstelling in kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Personeelssamenstelling

Vereisten

  • Elk verpleeghuis moet voor zijn personeelssamenstelling gebruik maken van de tijdelijke normen in dit kwaliteitskader totdat de sector landelijke contextgebonden normen heeft ontwikkeld. .
  • De personeelssamenstelling in dit kwaliteitsplan wordt geëvalueerd in het jaarlijkse kwaliteitsverslag. Vooruitlopend hierop publiceert elke zorgorganisatie de gegevens van 2017 uiterlijk 1-7-2017 op zijn website.
  • Vanaf 1-1-18 is er voor iedere zorgverlener tijd en ruimte om op gezette tijden mee te lopen bij een collega-organisatie uit het lerend netwerk.
  • Er is voor alle zorgverleners voldoende tijd en ruimte om te leren en te ontwikkelen. De omvang en aard hiervan worden vastgelegd in het kwaliteitsplan en geëvalueerd in het kwaliteitsverslag.
Opdrachten voor de sector
  • Kennisorganisaties en (universitaire) kennisnetwerken worden opgeroepen om vanuit kwaliteitsplannen en kwaliteitsverslagen kennis te ontwikkelen over de relaties tussen personeelssamenstelling, context en uitkomsten.
  • De relevante sectorpartijen krijgen de opdracht landelijke contextgebonden normen te ontwikkelen voor voldoende en vakbekwaam personeel (gereed eind 2018).
  • Opleidingen moeten anticiperen op de verwachte verschuivingen
  • V&VN en vakbonden wordt gevraagd om de concept-leidraad ‘Verantwoorde Personeelssamenstelling” door te ontwikkelen tot een handreiking voor verzorgenden en verpleegkundigen.
  • V&VN krijgt de opdracht om met een definitieve norm te komen voor de 24/7 bereikbaarheid en beschikbaarheid van BIG-geregistreerde verpleegkundigen (gereed per 1-7-17).
 
De personeelssamenstelling van een zorgeenheid is geen statisch gegeven en de personele behoefte kan van dag tot dag verschillen. Het efficiënt omgaan met de benodigde en beschikbare zorgverleners vereist het proactief organiseren van een adequaat personeelsbestand dat voldoende zorgverleners omvat met het noodzakelijke aantal vaardigheden en competenties.
Door de veranderingen in de zorgzwaarte, de toenemende complexiteit van zorg en de daling van de verblijfsduur van cliënten in de verpleeghuiszorg is er spanning ontstaan tussen het competentieniveau van de zorgverleners en de eisen die daaraan gesteld worden. Uit de literatuur blijkt dat er een positief verband bestaat tussen het juiste competentieniveau van medewerkers en de kwaliteit van de verpleeghuiszorg.
Er dient voldoende aandacht te zijn voor adequate scholing en nascholing van individuele zorgverleners. Binnen het Zorginstituut kan het IZBO (Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen) hier een rol pakken om de gewenste veranderingen in kaart te brengen.
 
In dit kader wordt niet gekozen voor een eenvoudige generieke kwantitatieve norm van een aantal zorgverleners per cliënt. Generieke (algemene) kwantitatieve normen houden onvoldoende rekening met de grote diversiteit in cliëntengroepen en hoe verpleeghuiszorg wordt geleverd.
De verschillen zijn te groot; soms is meer, soms minder en soms ander personeel nodig. Bovendien blijkt uit de literatuur dat voor een dergelijke (algemene) norm onvoldoende aanwijzingen zijn. Er is daarom gekozen voor een traject naar landelijke contextgebonden normen voor personeelssamenstelling waarvoor de kaders hieronder worden beschreven. Een dergelijke norm zal stap voor stap ontwikkeld moeten worden.