Personeelssamenstelling in kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Kaders
Tot het zover is, zijn er kaders en normen nodig waarmee zorgorganisaties in de tussenliggende periode moeten werken. Hieronder worden 2 kaders en normen uitgewerkt, n.l.:

  • ontwikkeling van landelijke contextgebonden normen
  • tijdelijke normen
Ontwikkeling van landelijke contextgebonden normen
De landelijke contextgebonden normen moet aansluiten bij de lokale context van de zorgorganisatie en bij de aard van de doelgroep(en).
Om te komen tot landelijke contextgebonden normen voor de personeelssamenstelling is een aantal stappen nodig, zowel binnen zorgorganisaties zelf als voor de sector in de breedte, n.l.:

  • Zorgorganisaties starten vanuit de huidige situatie en passen hun personeelssamenstelling aan, met behulp van de kaders voor tijdelijke normen genoemd in dit kwaliteitskader.
  • De personeelssamenstelling wordt opgenomen in het kwaliteitsplan met inzicht in de aard van de aanstellingen, kwalificatieniveau van zorgverleners en vrijwilligers, ziekteverzuim, de in- door- en uitstroomcijfers en de ratio personele kosten/opbrengsten). Elke zorgorganisatie publiceert deze gegevens op zijn website voor 1-7-17.
  • Vervolgens geeft iedere zorgorganisatie in openheid inzicht in de knelpunten op terrein van personeelssamenstelling, de gekozen oplossingen en de geboekte resultaten. Deze gegevens worden beschreven in het kwaliteitsverslag en gepubliceerd op de website.
  • Bij het vaststellen van de juiste personeelssamenstelling moet de interactie tussen de cliënt, zijn naasten en de zorgprofessional het uitgangspunt zijn. Medewerkers hebben handvatten nodig om als team te analyseren wat voor een bewonersgroep moet worden ingezet om voldoende tijd, aandacht, kennis te bieden.
  • Deze concept-leidraad ‘Verantwoorde Personeelssamenstelling’ bevat waardevolle elementen om zorgverleners hiervoor handvatten te bieden.
  • Er wordt een beeld geschetst van de personeelssamenstelling op basis van ontwikkelingen in de vraag van de doelgroepen en lokale situatie. Zo wordt elk jaar door iedere zorgorganisatie een strategische personeelsplanning gemaakt die nodig is om het gewenste zorgaanbod te realiseren.
  • Het streven is om te komen tot een wenselijke balans in aard en omvang van personeel om de kwaliteit van verpleeghuiszorg op verantwoorde wijze te blijven leveren.
  • De sector moet op basis van de opgedane kennis en ervaring landelijke contextgebonden normen ontwikkelen voor voldoende en vakbekwaam personeel.
  • Daarnaast zal gekeken moeten worden naar de bestaande opleidingen met de nadruk op afstemming tussen vraag en aanbod, waarbij de verpleeghuissector nadrukkelijk wordt betrokken.
Tijdelijke normen
Naast kaders voor de ontwikkeling van landelijke contextgebonden normen, zijn er voor de korte termijn kaders met minimale normen nodig waarmee zorgorganisaties in de tussentijd moeten werken. Deze tijdelijke normen zijn belangrijk voor zowel cliënten als medewerkers, omdat hiermee de noodzakelijke zorg geboden kan worden en er tevens aandacht blijft voor verantwoorde werkomstandigheden.
Deze tijdelijke kaders moeten garant staan voor veilige, verantwoorde en persoonsgerichte zorg en moeten aansluiten bij de rol van de familie als partner. De kaders moeten ook voldoen aan de bestaande wet- en regelgeving (ARBO, CAO, Arbeidstijdenbesluit, etc), moeten gezond werken en zelf te reguleren werkdruk stimuleren en moeten vakkundige en flexibele bezetting mogelijk maken.
Dit betekent de volgende 3 kaders:
 
Aandacht, aanwezigheid en toezicht

  • Tijdens de zorg en ondersteuning bij opstaan, naar bed gaan, intake en rond het sterven zijn er minimaal twee zorgverleners beschikbaar.
  • Tijdens de dag en avond is er permanent iemand in de huiskamer of gemeenschappelijke ruimte om de aanwezige bewoners de benodigde aandacht en nabijheid te bieden en toezicht te houden.
    Wanneer een bewoner de ruimte moet verlaten is er iemand aanwezig om dit op te vangen. Hierbij kan ook gedacht worden aan de inzet van een vrijwilliger of familielid. Dit kwaliteitskader vraagt wel nadrukkelijke aandacht voor de afbakening tussen pro- fessionele verantwoordelijkheid en de inzet van familie en vrijwilligers.
  • In iedere dagdienst (ook in het weekend) is er per groep iemand aanwezig die de juiste kennis en competenties heeft om separaat van de zorgtaken aandacht te besteden aan zingeving/zinvolle daginvulling van cliënten.
  • De zorgverleners die in direct contact zijn met de cliënten, kennen hun naam, zijn op de hoogte van hun achtergrond en persoonlijke wensen.
Specifieke kennis, vaardigheden

  • Er is altijd iemand aanwezig die met zijn of haar kennis en vaardigheden aansluit bij de (zorg)vragen en (zorg)behoeften van de cliënten en bevoegd en bekwaam is voor de vereiste zorgtaken.
  • Er is in iedere locatie voor cliënten met een indicatie verblijf met verpleging of behandeling, 24/7 een BIG geregistreerde verpleegkundige binnen 30 minuten ter plaatse (een indicatie).
  • Er is in iedere locatie voor cliënten met een indicatie verblijf met verpleging of behandeling 24/7 een arts bereikbaar en oproepbaar. Deze arts reageert direct en is uiterlijk binnen 30 minuten ter plaatse.
  • Er zijn 24/7 aanvullende voorzieningen beschikbaar voor (on)geplande zorg, vragen of toenemende complexiteit zoals: opschalen van personeel (inzetten mobiel team), inroepen specialist ouderengeneeskunde, overleg medisch specialist of gedragsdeskundige. tijdelijke overplaatsing cliënt naar andere afdeling in dezelfde zorgorganisatie, inschakelen Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE), ingang zetten ‘meer-zorg’.
Reflectie, leren en ontwikkelen

  • Er is voor iedere zorgverlener voldoende tijd en ruimte om te leren en te ontwikkelen. De omvang en aard hiervan is vastgelegd in het kwaliteitsplan. CAO afspraken en eisen van de beroepsvereniging hierover worden nageleefd en de beoogde CAO gelden worden hiervoor ingezet.
  • Vanaf 1-1-18 is voor iedere zorgverlener tijd en ruimte om op gezette tijden mee te lopen bij een collega organisatie uit het lerend netwerk. De wijze hoe dit wordt georganiseerd, wordt vastgelegd in het kwaliteitsplan.
  • Er is voldoende tijd beschikbaar om als EVV-er of contactverzorgende deel te nemen aan multidisciplinair overleg.
  • Methodisch werken en multidisciplinair werken vormen de basis van verpleeghuiszorg. Een deel van de deskundigheidsbevordering besteedt aan deze aspecten (multidisciplinaire) aandacht.
  • Er is een scholingsbeleid van zittende en aankomende zorgverleners dat hun vakbekwaamheid aantoonbaar versterkt (op basis van de diverse onderdelen van dit kwaliteitskader en nadrukkelijke aandacht voor omgaan met zorgdilemma’s en adequate zorg bij het levenseinde).
  • Er zijn periodieke gesprekken waarin competentie- en loopbaanontwikkeling aan de orde komen.
CAO
Ondanks de opzet dat het kwaliteitskader ooit “de wettelijke basis” zal vormen voor de kwaliteit is het wenselijk c.q. noodzakelijk dat nu al organisaties van werkgevers en werknemers overleggen over de mogelijkheid m.n. de “tijdelijke normen” vast te leggen in de CAO. Dit ook omdat uitspraken van de V&VN – hoe nuttig ook – niet afdwingbaar zijn in de relatie tot de individuele werkgever.
De CAO kan voorkomen dat het kwaliteitskader evt. vastloopt in woorden i.p.v. daden.