Personeelsvraag tot 2030

In september 2010 publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) het onderzoekrapport “Zorgen voor zorg” met als ondertitel “ramingen van de vraag naar personeel in de verpleging en verzorging tot 2030”. De resultaten van dit onderzoek vatten wij samen. In 2005 werkten er in de verpleging en verzorging (V&V) 222.000 mensen, gerekend op full-timebasis (fte’s). Voor 2030 ramen de onderzoekers een benodigde inzet van 299.000 fte’s. Dat komt neer op een jaarlijkse groei van 1,2% tussen 2005 en 2030. De vraag naar zorg neemt toe door de toename van ouderen, maar dit effect wordt beperkt doordat ouderen van de toekomst gezonder zullen zijn. De toekomstige vraag naar personeel in de verpleging en verzorging groeit naar verwachting wat minder hard (1,2% per jaar) dan in het verleden (1,8% per jaar). Hiervoor zijn verschillende oorzaken te geven. Sommige beleidsmaatregelen hebben een opstuwend effect gehad in de vraag naar zorg (bv. het wegwerken van de wachtlijsten) en de invoering van persoonsgebonden budgetten (pgb’s)).

Arbeidsproductiviteit
De arbeidsproductiviteit, gedefinieerd als aantal cliënten per arbeidsjaar (fte), is niet eenvoudig te meten. Het zegt namelijk niet alleen iets over de efficiëntie waarmee er wordt gewerkt, maar ook over de kwaliteit van het werk. Kwaliteitsverbeteringen zoals ‘meer handen aan het bed’ vergen immers een grotere personeelsinzet, die zich weer vertaalt naar een lagere arbeidsproductiviteit. Bovendien zal de arbeidsproductiviteit dalen naarmate de zorg voor de cliënt intensiever wordt (en de zorgzwaarte hoger). Dit betekent niet dat het personeel minder efficiënt werkt, maar dat een cliënt gemiddeld meer zorg nodig heeft. Het SCP-rapport kijkt naar het aantal cliënten per fte, geen rekening houdend met verschillen in zorgzwaarte of kwaliteit.