Toekomstbestendige beroepen: onderscheid tussen HBO- en MBO- verpleegkundigen

De Wet BIG kent slechts één verpleegkundige (zie artikel “Wet BIG”), terwijl beroepsbeoefe-naren op twee verschillende niveaus (mbo en hbo) worden opgeleid.
In de praktijk kennen (de meeste) zorgorganisaties maar één verpleegkundige functie. Dit maakt dat mbo-verpleegkundigen soms op hun tenen moeten lopen, terwijl de kennis van hbo-verpleegkundigen niet optimaal benut wordt.
Door twee verschillende beroepsprofielen te maken en die in de Wet BIG te verankeren, wil men hier verandering in brengen. Het is echter een lange weg.

 
Zo bracht de stuurgroep ‘Verpleging&Verzorging 2020’ in 2012 een advies over nieuwe beroepsprofielen uit aan de minister van VWS. (Zie artikelen: “Een nieuw beroepenhuis V&V” en “Bonden kritisch over V&VN 2020”.) Dit was bedoeld als een bijdrage voor de wijziging van de Wet BIG.
Het streven is dat vanaf 2020 verpleegkundigen en verzorgenden met nieuwe kwalificaties instromen op de arbeidsmarkt. Om dit te realiseren moet tijdig met de wetgeving worden gestart, m.n. informatie die nodig is voor aanpassing van de Wet BIG om zo te komen tot toekomstbestendige profielen voor hbo-verpleegkundigen, mbo-verpleegkundigen en verzor-genden.
Tegen deze achtergrond heeft het ministerie van VWS financiële ondersteuning verstrekt om het rapport “Toekomstbestendige beroepen binnen de verpleging en de verzorging” mogelijk te maken. Dit rapport werd op 13 januari 2016 gepubliceerd.
De kern van het rapport kan als volgt worden samengevat.

  • Het beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige is verzwaard om tegemoet te komen aan de steeds complexer wordende zorg. De hbo-verpleegkundige kan scherp analyseren en haar kennis en kunde aan het bed inzetten. Dit is belangrijk om te kunnen werken in zorgsituaties die onvoorspelbaar en complex zijn. Ook is de hbo-verpleegkundige bij uitstek de regisseur van het hele zorgproces.
  • De mbo-verpleegkundige blijft een belangrijke speler in de zorgverlening, behoudt de huidige bevoegdheden, waaronder het zelfstandig uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen. Ze werkt vooral in situaties met een planbare en voorspelbare zorg-vraag.
  • Er ligt nu voor het eerst een beroepsprofiel voor de verzorgende, dat in lijn is met de beroepsprofielen van de hbo- en mbo-verpleegkundige. Verzorgenden verlenen persoonlijke zorg en begeleiding, veelal in de leefsituatie van de zorgvrager.
De gespecialiseerde verpleegkundige wordt in het rapport niet genoemd.
Het rapport geeft ook een advies over een overgangsregeling voor zittende verpleegkundigen. Zij dienen op termijn in het BIG-register geregistreerd te worden als hbo òf als mbo-verpleegkundige. Een overgangsregeling beschrijft hoe dit proces zorgvuldig plaatsvindt. Het advies is dat zittende verpleegkundigen tot 2024 de tijd krijgen om te kiezen voor één van de nieuwe beroepen. De overgangsregeling moet nog nader worden uitgewerkt.
De praktijk is nu aan zet om een helder onderscheid te maken tussen de drie beroepen in de dagelijkse praktijk.