UWV beschrijft arbeidsmarkt Zorg 2015

De uitkeringsinstantie UWV maakt samen met organisaties van werkgevers en werknemers, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) analyses van 20 sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven, met een beeld van tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen openstaande vacatures en onnodige werkloosheid voorkomen worden.
 
Wij geven hier een samenvatting van de beschrijving van de sector Zorg.
 
Omvang
De zorg is qua werkgelegenheid de grootste sector in Nederland.
In 2013 werken er bijna 1,1 miljoen mensen in de zorg. Dit is 15 procent van het totaal aantal banen in Nederland.

  • De grootste zorgbranche is de VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen, Thuiszorg), met 38 procent van de werkgelegenheid.
  • In ziekenhuizen werkt een kwart van het personeel uit de sector.
  • De gehandicaptenzorg, GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) en overige zorg zijn kleiner, maar samen weliswaar goed voor meer dan een derde van het aantal banen.
Meer dan de helft van het personeel in de zorg heeft een verplegende, opvoedkundige of verzorgende kwalificatie (VOV-kwalificatie).

  • Vooral de verzorgende op mbo-niveau 3 en de verpleegkundige op mbo-niveau 4 komen veel voor.
  • De lagere kwalificatieniveaus (zoals de zorghulp mbo-niveau 1 en de helpende mbo-niveau 2) zijn met name vertegenwoordigd binnen de WT.
  • In de GGZ zijn juist relatief veel hogere VOV-kwalificaties vertegenwoordigd.
  • Ongeveer een kwart van de werknemers in de zorg heeft een niet-zorggerichte functie, bijvoorbeeld in de administratie, facilitaire dienst of het management.
Krimp
De zorgsector is minder afhankelijk van conjuncturele ontwikkelingen in de arbeidsmarkt dan veel andere sectoren in de economie. De vergrijzing zorgt voor een toenemende zorgbehoefte. Tussen 2008 en 2012, toen de particuliere sector kampte met krimp, kwamen er ruim 130 duizend banen in de zorg bij (+13%). De stijging was het sterkst in de WT (+19%).
Om de groeiende zorgkosten te beheersen zijn er vanaf 2012 beleidsmaatregelen getroffen door het kabinet zoals hervorming van langdurige zorg. Zoveel als mogelijk wordt zorg thuis aangeboden in plaats van in instellingen (zie artikel “Wet Langdurige Zorg Wlz“).
De thuiszorg heeft te maken met korting op huishoudelijke hulp en de transitie van extramurale dagbesteding en een deel van de persoonlijke verzorging naar gemeenten ( zie artikel “Nieuwe WMO 2015“).
Daarnaast speelt de versterkte rol van zorgverzekeraars om de zorgkosten te beheersen. Bovendien heeft de verhoging van het verplichte eigen risico mogelijk een remmend effect op de zorgvraag gehad.
Deze veranderingen in de zorg hebben hun invloed gehad op het aantal banen. De banenmotor is omgeslagen in krimp. Tussen 2012 en 2014 gingen er al 22 duizend banen verloren.
Deze trend zet vermoedelijk door:

  • Tussen 2012 en 2017 daalt het aantal banen naar verwachting met 49 duizend (-4%).
  • Ongeveer 44 duizend banen gingen of gaan verloren in de VVT.
  • 10 duizend banen in de gehandicaptenzorg.
  • In ziekenhuizen is de krimp kleiner (ruim 5 duizend banen).
  • In de GGZ blijft de werkgelegenheid min of meer stabiel.
  • Bij de overige zorg stijgt het aantal banen met 10 duizend door de overheveling van taken naar huisartsen en andere eerstelijnsaanbieders.
Hoewel er per saldo sprake is van een forse krimp, valt deze waarschijnlijk lager uit dan eer-der verwacht werd, omdat er sinds de aankondiging van de stelselwijzigingen een aantal verzachtende maatregelen zijn afgesproken.