Veelverdieners ouderenzorg in 2015

De salarissen van de top van de publieke sector zijn al jaren onderwerp van discussie. Om de inkomens aan de top te begrenzen is de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingevoerd. Vanaf 2014 geldt de WNT1 (zie artikel “Wet Normering Topinkomens (WNT)“). Deze wet stelt dat de salarissen gemaximeerd worden ter hoogte van 130% van het salaris van een minister. (Het maximum was in 2014 € 230.474.)
 
Eind 2014 werd een aanscherping van de wet (de WNT2) aangenomen (zie artikel “Kabinet scherpt WNT aan“). Deze aanscherping regelt dat het maximumsalaris niet 130% van een ministersalaris kan zijn, maar 100%. Het maximum is nu € 178.000. Dat is dus 23% lager dan in de oorspronkelijke wet (WNT1). (Zie hoofdstuk “Topinkomens” op deze website.)
 
Begin juni 2016 publiceerde FNV Zorg en Welzijn (voorheen AbvaKabo FNV) voor de 6e maal een overzicht van 50 veelverdieners in de ouderenzorg. In dit overzicht zijn de leden van de raden van bestuur van verzorgings- en verpleegtehuizen en thuiszorginstellingen opgenomen, die – op basis van het overgangsregime van 7 jaar, genoemd in de WNT – meer verdienen dan het maximum van de WNT1
 
Deze gegevens zijn gevonden in de jaarverslagen over 2015 die zorginstellingen zelf hebben aangeleverd. De jaarverslagen hadden uiterlijk 1 juni 2016 bij de overheid ingediend moeten zijn.
Niet alle instellingen die lid zijn van de werkgeversorganisatie Actiz zijn beoordeeld. Er is gezocht naar jaarverslagen tot en met 4 juni 2016. Instellingen die hun jaarverslag na die datum hebben ingediend, zijn dus niet beoordeeld.
Gekeken is naar het “totaal inkomen” per directielid, zoals vermeld in deze jaarverslagen. Dit is het bruto inkomen vermeerderd met pensioenbijdrage, bonussen en ontslagvergoedingen. In bepaalde gevallen is er sprake van reservering van een looncomponent. Voor die gevallen geldt dat de desbetreffende bestuurder/directielid het bedrag nog niet heeft ontvangen, maar dat dit op termijn kan plaatsvinden.
Voor de selectie van de zorginstellingen is gebruik gemaakt van de ledenlijst op de site van Actiz. Sommige instellingen zijn niet alleen aanbieders van ouderenzorg, maar ook van ziekenhuiszorg, GGZ of gehandicaptenzorg.
 
Nieuwe bezoldigingsmaxima
Met ingang van 1 januari 2016 zijn door de minister van VWS op basis van de WNT nieuwe bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in de zorg vastgesteld (zie artikel “Minister stelt bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg vast“).
Deze regeling bepaalt een indeling in 5 klassen van de 23 genoemde soorten zorginstellingen met het doel bezoldigingsmaxima voor zorgbestuurders per klasse vast te leggen. In het financieel jaarverslag dient elke zorginstelling de eigen klasse te vermelden.
Indien uitsluitend het bezoldigingsmaximum van de WNT-2 (€ 178.000) van toepassing zou zijn, zouden de bezoldigingen in alle klassen zich naar dit maximum richten. De nieuwe bezoldigingsmaxima liggen lager dan € 178.000,–.
Ook verzorgings- en verpleeghuizen en de thuiszorginstellingen zijn in ’n klasse ingedeeld met eigen bezoldigingsmaximum dat lager ligt dan WNT-2.
Actiz 50 registreert de totaalinkomens die meer verdienen dan toegestaan op basis van de WNT. Het is wenselijk dat in het (komende) overzicht er (vanaf 2016) uitgegaan wordt van het door de minister toegestane bezoldigingsmaximum dat sinds 1 januari 2016 voor de eigen klasse geldt. De veronderstelling is gerechtvaardigd dat de overschrijdingen/overtredingen dan hoger en meer zijn. Zij het dat ook hier het overgangsrecht uit de WNT geldt.