Veelverdieners ouderenzorg in 2016

Om de inkomens aan de top te begrenzen is op 1 januari 2013 de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingevoerd. De WNT1 (zie artikel “Wet Normering Topinkomens (WNT)” bepaalt dat de salarissen van topfunctionarissen gemaximeerd worden ter hoogte van 130% van het salaris van een minister. (Het maximum was in 2013 € 230.474.)

Eind 2014 werd een aanscherping van de wet (de WNT2) aangenomen (zie artikel “Kabinet scherpt WNT aan“). Deze aanscherping regelt dat het maximumsalaris van topfunctionarissen niet 130% van een ministersalaris kan zijn, maar 100%, n.l. € 178.000. Dat is dus 23% lager dan in de oorspronkelijke wet (WNT1). De ontslagvergoeding werd gemaximeerd op € 75.000,-.
De WNT kent een afbouwperiode van 7 jaar van het oorspronkelijke (hoge) salaris naar het maximum van de WNT2. De 7 jaar bestaan uit de eerste 4 jaar stilstand, daarna 3 jaar afbouw. In 2017 worden de topsalarissen dus voor de eerste maal afgebouwd.

In juni 2017 publiceerde FNV Zorg en Welzijn (voorheen AbvaKabo FNV) voor de 7e maal een overzicht van 50 veelverdieners in de ouderenzorg. In dit overzicht zijn de leden van de raden van bestuur van verzorgings- en verpleegtehuizen en thuiszorginstellingen opgenomen, die meer verdienen dan het maximum van de WNT2.

De jaarinkomens en de ontslagvergoedingen die de FNV Zorg noemt zijn gevonden in de jaarverslagen over 2016 die zorginstellingen zelf hebben aangeleverd. De jaarverslagen hadden uiterlijk 1 juni 2017 bij de overheid ingediend moeten zijn. Instellingen die hun jaarverslag na die datum hebben ingediend, zijn niet beoordeeld.
Gekeken is naar het “totaal inkomen” per directielid, zoals vermeld in deze jaarverslagen. Dit is het bruto inkomen vermeerderd met pensioenbijdrage, bonussen en ontslagvergoedingen. Sommige instellingen zijn niet alleen aanbieders van ouderenzorg, maar ook van ziekenhuiszorg, GGZ of gehandicaptenzorg.
In het onderzoek dat wordt gepubliceerd onder de naam “Actiz 50”, noemt FNV Zorg ook de naam van het directielid dat de inkomsten heeft ontvangen.

 

Nieuwe bezoldigingsmaxima

Met ingang van 1 januari 2016 zijn door de minister van VWS op basis van de WNT nieuwe bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in de zorg vastgesteld (zie artikel “Minister stelt bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg vast”).
Deze regeling bepaalt een indeling in 5 klassen van de 23 genoemde soorten zorginstellingen met het doel bezoldigingsmaxima voor zorgbestuurders per klasse vast te leggen. In het financieel jaarverslag dient elke zorginstelling de eigen klasse te vermelden.
Indien uitsluitend het bezoldigingsmaximum van de WNT-2 (€ 178.000) van toepassing zou zijn, zouden de bezoldigingen in alle klassen zich naar dit maximum richten. De nieuwe bezoldigingsmaxima liggen voor de meeste sectoren op basis van het besluit van de minister lager dan € 178.000,-.
Ook verzorgings- en verpleeghuizen en de thuiszorginstellingen zijn in ’n klasse ingedeeld met eigen bezoldigingsmaximum dat lager ligt dan WNT-2.