Verpleegkundig specialisten

Een verpleegkundig specialist is een verpleegkundige met een erkende specifieke masteropleiding en ervaring, die op het niveau van expert wordt ingezet voor een omschreven groep patiënten waarmee een individuele zelfstandige behandelrelatie wordt aangegaan.

Het College Specialismen Verpleegkunde wees in juni 2008 voor de algemene gezondheidszorg vier verpleegkundig specialismen aan, waarbij de volgende officiële titels horen:

  • Verpleegkundig Specialist preventieve zorg bij somatische aandoeningen (34),
  • Verpleegkundig Specialist acute zorg bij somatische aandoeningen (80),
  • Verpleegkundig Specialist intensieve zorg bij somatische aandoeningen (691) en
  • Verpleegkundig Specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen (271).

In juni 2009 is daaraan toegevoegd de verpleegkundig specialist Geestelijke Gezondheidszorg (294) als 5e specialisme.

De aantallen achter de verpleegkundig specialisten verwijzen naar het aantal verpleegkundigen op 1 januari 2012. Naast de genoemde aantallen waren er ook 28 verpleegkundigen met 2 specialismen. Totaal dus 1398; op 1 januari was dat aantal 838.

De oorspronkelijke vier specialismen zijn afkomstig uit het rapport ‘Verpleegkundige toekomst in goede banen’ van het project ‘Verpleegkundige Beroepsstructuur en Opleidingscontinuüm’ (VBOC). De indeling is grofmazig en voorkomt zo versplintering in titels, opleidingen en werkzaamheden. Het is een indeling, waarbij de context bepaalt op welke competenties van de verpleegkundig specialist een beroep wordt gedaan. In de ene situatie staat preventie centraal, in de andere de behandeling en in een derde gaat het om zorg.

In februari 2009 heeft de minister van VWS de 4 specialismen erkend en kon de (BIG)-registratie van de specialismen starten. De erkenning van de specialismen is een bijdrage aan de innovatie in de zorg en verbetering van de kwaliteit. Verpleegkundig specialisten vervullen hierin vaak een voortrekkersrol door het implementeren van onderzoeksresultaten in hun discipline.