Voldoende wijkverpleegkundigen voor nieuwe taken?

De wijkverpleegkundige is terug als spil van de zorg in de wijk. Met kwalitatief goede zorg dicht bij huis moet zij ervoor zorgen dat ouderen en mensen met een chronische ziekte de juiste zorg krijgen waardoor zij langer thuis kunnen wonen. Ze heeft sinds 1 januari 2015 daarom ook meer ‘regelruimte’ gekregen. De wijkverpleegkundige heeft nu de zelfstandige bevoegdheid om de indicatie te stellen, om de zorg die nodig is zelf te bepalen.
 
Wijkverpleegkundigen vervullen een rol die per gemeente wisselend kan zijn. Zij verlenen wijkgerichte zorg met als doel om de gezondheid, zelfredzaamheid en participatie van bewoners in de wijk te bevorderen.
Belangrijk is of er straks wel voldoende wijkverpleegkundigen zijn om de nieuwe taken op te pakken. Het is niet precies bekend hoeveel wijkverpleegkundigen er op dit moment zijn. Er circuleren verschillende schattingen, variërend van 6.000 tot 9.300 verpleegkundigen op hbo-niveau (zie artikel “Toekomstverkenning arbeidsmarkt Zorg 2015“). Ook is niet bekend hoe vraag en aanbod zich tot elkaar verhouden en hoe zich dat de komende jaren ontwikkelt. Volgens onderzoek zijn er in 2015 bijna 1.600 extra hbo-opgeleide verpleegkundigen nodig en loopt dat aantal jaarlijks verder op.
De vraag is of er voldoende aanbod is om aan die extra vraag te voldoen.
 
In het kader van de Toekomstverkenning 2015-2019 uit het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn is een nader onderzoek opgezet naar de toekomst van de wijkverpleegkundige.
Kernvraag van dit onderzoek is of er in de toekomst voldoende wijkverpleegkundigen zijn om te voldoen aan de vraag. Het is daarom belangrijk hoe het werk van wijkverpleegkundigen gaat veranderen en wat dat betekent voor hun toekomstige inzet en voor het benodigde aanbod.