Voorkomen disfunctioneren zorgverleners

Het voorkómen van disfunctioneren van zorgverleners is van belang voor het waarborgen van de kwaliteit van zorg en cliëntveiligheid.
Het is een – volgens de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) – (veelal) structurele situatie van tekortschietende beroepscompetenties of onverantwoorde zorgverlening waarin cliënten (of patiënten) worden geschaad (of het risico lopen) en waarbij de betreffende beroepsbeoefenaar niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen.
In november 2014 publiceerde NIVEL een onderzoek onder ruim 340 verzorgenden in thuis-zorgorganisaties, verpleegkundigen in thuiszorgorganisaties en praktijkondersteuners in huisartsenpraktijken over hun ervaringen met disfunctioneren.
De resultaten vatten wij als volgt samen:
 
Zorgverleners vermoeden regelmatig dat iemand disfunctioneert
Binnen thuiszorgorganisaties heeft vier op de tien het afgelopen jaar disfunctioneren ervaren of vermoed. Bij praktijkondersteuners kwam dit minder vaak voor (27%). Zorgverleners in thuiszorgorganisaties gaven veelal (78%) aan dat de betreffende zorgverlener werkzaam was binnen het team. Bij praktijkondersteuners ging het bij 64% om een zorgverlener binnen de huisartsenpraktijk.
 
Binnen de thuiszorg gaan vermoedens vaak over afwijkend professioneel handelen
Volgens 31% van de zorgverleners was door het (vermeend) disfunctioneren de cliëntveiligheid in het geding; volgens ruim de helft (56%) afwijkend professioneel zorginhoudelijk handelen. Bij ruim een derde ging het (ook) om communicatieproblemen met andere zorgverleners, samenwerkingsproblemen of communicatieproblemen met cliënten.
Over het algemeen (86%) is er binnen de thuiszorgorganisatie actie ondernomen, veelal door henzelf (77%). De actie bestond vaak uit het aanspreken van de (vermeend) disfunctionerende zorgverlener.
 
Handelen moeilijker bij persoonlijke problemen
Zorgverleners weten vaak hoe te handelen als ze vermoeden dat een naaste collega disfunctioneert. Dat is anders bij vermoedens van fraude, een verslavingsprobleem, of psychische beperking. Hier weet ongeveer zestig procent wat te doen. Ook geeft de helft van de zorgverleners aan het moeilijk te vinden om vermoedens van fraude of een verslavingsprobleem van een naaste collega aan te kaarten.
 
Behoefte aan beleid en protocol gericht op omgaan met disfunctioneren
Het overgrote deel van de zorgverleners (89%) voelt zich vanuit de organisatie enigszins of sterk gesteund in het omgaan met disfunctioneren. Steun ervaren zij van hun leidinggevende (66%), een meldpunt of klachtencommissie (62%), een vertrouwenspersoon (61%) en/of een gedragscode (52%).
Meest gewenste verbeteringen zijn een protocol of handleiding disfunctioneren (33%) en beleid gericht op het omgaan met (vermoedens van) disfunctioneren (31%).