Voorkomen medicatiefouten

Veel cliënten in de langdurende zorg gebruiken meerdere soorten medicijnen. De kans op fouten bij de toediening neemt toe naarmate er meer medicijnen nodig zijn. Door verkeerd medicijngebruik belanden er jaarlijks 19.000 mensen in het ziekenhuis en overlijden er elk jaar 1.250 mensen.
Als een cliënt gelijktijdig vijf of meer medicijnen gebruikt, is er sprake van polyfarmacie. De kans op interacties en bijwerkingen stijgt met het toenemen van het aantal gebruikte medicijnen. Het vermijden van medicatiefouten is bij polyfarmacie extra lastig. Goede samenwerking tussen de verschillende disciplines zoals arts, apotheker, verpleegkundige/verzorgende is dan ook noodzakelijk.
Het verbetertraject Medicatieveiligheid van Zorg voor Beter werd daarom voor de vierde keer aangeboden om medicatiefouten zoveel mogelijk terug te dringen. Er namen 31 teams uit 19 zorgorganisaties aan deel, die het aantal medicatiefouten hebben verminderd met 48 procent. Vooral het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende disciplines bleek een belangrijke succesfactor. Daarnaast nemen cliënten hun medicijnen beter in wanneer organisaties rekening houden met hun voorkeuren.

Procedure
Vilans ontwikkelde samen met het IVM (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik) de procedure ‘Periodieke Medicatiebeoordeling in zorginstellingen’, die samenwerking tussen verschillende disciplines beschrijft. Tijdens het verbeterjaar voerden de deelnemers deze procedure uit in de eigen organisatie. Bij 75 procent van de organisaties is dat goed gelukt met als resultaat een betere medicatiebehandeling voor cliënten. De ideale situatie rondom medicatieveiligheid is, als minimaal één keer per jaar een medicatiebeoordeling plaatsvindt, samen met de apotheker en (huis)arts. In verpleeghuizen moet dat twee keer per jaar gebeuren, bij voorkeur ook met een medewerker van de zorginstelling. Elke discipline heeft een eigen rol:

  • De apotheker is verantwoordelijk voor de farmaceutische zorg en controleert de medicatie, toedieningsvorm en dosering.
  • De huisarts is verantwoordelijk voor een goed voorschrijfbeleid.
  • De medewerker van de zorginstelling noemt – na overleg met de cliënt (vertegenwoordiger) – de cliëntgebonden medicatieproblemen.