Wet bescherming klokkenluiders

Op 1 juli 2016 wordt de wet ter bescherming van klokkenluiders van kracht. Deze wet – formeel de “Wet Het Huis voor Klokkenluiders”- komt voort uit een initiatiefwetvoorstel en heeft een lange voorgeschiedenis (zie ook artikel “Ontwikkeling naar bescherming klokkenluiders“). Van de inhoud van de wet geven wij hier een samenvatting.

Het Huis voor klokkenluiders
Werknemers – waaronder ook begrepen zzp’ers, stagiaires en vrijwilligers – die een vermoeden hebben van een maatschappelijke misstand kunnen zich melden bij het “Huis voor Klokkenluiders”. De melder dient het eerst een interne melding te doen bij de werkgever of een meldpunt.
Als het vermoeden niet binnen een redelijke termijn of niet naar behoren intern is behandeld, kan een werknemer bij de afdeling onderzoek van het Huis terecht. Alleen als – naar het oordeel van de afdeling advies – van een melder in redelijkheid niet kan worden gevraagd de vermeende misstand bij de betrokken organisatie te melden, kan hij wel direct (dus zonder interne melding) naar de afdeling onderzoek.
De afdelingen advies en onderzoek zijn gescheiden. De wet regelt de samenwerking van het Huis met het openbaar ministerie, markttoezichthouders, inspecties en de reikwijdte van de rechtsbescherming. Ook zijn er regels om samenloop met andere onderzoeken te voorkomen, n.l. een doorverwijsplicht naar bestuursorganen of diensten die belast zijn met de opsporing van strafbare feiten of toezicht op naleving van wetten.

Het onderzoek
Na melding wordt eerst een vooronderzoek gedaan waarin bekeken wordt of deze voldoende is onderbouwd, sprake is van een schending van wettelijke voorschriften, een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, of een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst.
In het (voor)onderzoek kan gebruik worden gemaakt van externe expertise, waaronder ervaringsdeskundigen. Het Huis streeft ernaar een vooronderzoek binnen zes maanden af te ronden. Als niet sprake blijkt van een maatschappelijke misstand, maar van een arbeidsconflict, zal het Huis de melder doorverwijzen.
Na het vooronderzoek kan het Huis een onafhankelijk feitenonderzoek instellen, met het streven dit binnen een jaar af te ronden. Voor dit onderzoek kan gebruik worden gemaakt van specifieke onderzoeksbevoegdheden voor de publieke en private sector. Het Huis dient een melder ook te adviseren (bv. hoe een interne procedure voor melding te volgen) en waar deze terecht kan voor sociaalpsychologische of juridische ondersteuning.
Het feitenonderzoek leidt tot een rapport met een oordeel en aanbevelingen, dat openbaar wordt gemaakt. De werkgever en de verzoeker kunnen commentaar leveren op de uitkomsten van het onderzoek. De werkgever laat weten hoe gevolg zal worden gegeven aan de aanbevelingen. Het is aan het Openbaar Ministerie (OM) om te bepalen of er aanleiding is voor een strafrechtelijk onderzoek.