Wet Langdurige zorg (Wlz)

Begin maart 2014 werd de Wet langdurige zorg (Wlz) naar de Tweede Kamer gezonden.
Burgers moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Alleen wanneer het thuis niet meer gaat, heeft iemand recht op een plek in een zorginstelling.
De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of een beperking (verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke) een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht en zorg. Het wetsvoorstel vervangt de AWBZ. Het kabinet schrapt 8 miljard op de langdurige zorg door taken over te hevelen naar gemeenten en zorgverzekeraars, met 2 uitgangspunten:

  • Het zorgleefplan krijgt een wettelijke verankering, waardoor de wensen van de cliënt meer centraal komen te staan en het sociale netwerk erbij wordt betrokken.
  • De keuzevrijheid van de cliënt wordt vergroot met het persoonsgebonden budget (pgb) en het Volledig pakket thuis’ (vpt). De voorwaarden hiervoor worden strenger.
Er wordt gewerkt met zorgprofielen die de zorgprofessional meer ruimte geven. De Wlz regelt de toegang tot zorg in een instelling of een ‘volledig pakket thuis’. Verplegend personeel zit straks niet langer vast aan door indicaties voorgeschreven zorg. Ook hoeft niet bij iedere verandering en de zorgbehoefte een nieuwe indicatie aangevraagd te worden.
 
 
Wmo/Zvw
Mensen met een minder zware zorgvraag kunnen terecht bij hun gemeente of zorgverzekeraar.
  • Onder de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) worden gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van ouderen en chronisch zieken die nog wel thuis kunnen wonen. De gemeente bekijkt in zo’n geval hoeveel mantelzorg de familie kan leveren en welke aanvulling van de gemeente nodig is.
  • De rest van de zorg die niet langdurig is, maar verder gaat dan ondersteuning, komt – op basis van de Zorgverzekeringwet Zvw – voor rekening van de zorgverzekeraars: wijkverpleging, extramurale behandeling (buiten instellingen) en palliatieve zorg. Vooral ouderen, die nu nog thuiszorg ontvangen van het Rijk, krijgen te maken met wijkverpleging via de zorgverzekeraar.

De bedoeling is dat de Wlz op 1 januari 2015 van kracht wordt.

 
 
AWBZ
Ten opzichte van de huidige AWBZ worden in de Wlz verschillende veranderingen doorgevoerd. Dit wordt bereikt doordat:

  • voor cliënten meer rechtszekerheid wordt gecreëerd via het vastleggen van het verzekerd pakket en de zorginhoudelijke toegangscriteria op wetsniveau (in de AWBZ was dit in lagere regelgeving vastgelegd);
  • de zorgplanbespreking wettelijk verankerd wordt, waardoor de wensen, mogelijkheden en behoeften van de cliënt meer centraal komen te staan en er meer nadruk komt op de betrokkenheid van het sociale netwerk van de cliënt;
  • het persoonsgebonden budget (pgb) en het volledige pakket thuis (vpt) als volwaardige leveringsvormen worden vastgelegd, waardoor de keuzevrijheid van de cliënt wordt versterkt;
  • de eisen die gesteld worden aan het pgb en vpt worden aangescherpt waardoor er meer waarborgen zijn dat de zorg buiten de instelling verantwoord is;
  • meer ruimte voor maatwerk wordt gecreëerd door te indiceren in aard, inhoud en (globale) omvang van zorg (zorgprofielen) in plaats van in zorgzwaartepakketten (zzp’s) waarin uren zijn opgenomen;
  • de positie van de cliënt wordt versterkt. Het recht op cliëntondersteuning via de zorgplicht van Wlz-uitvoerders wordt wettelijk verankerd en cliënten krijgen statutair invloed op het beleid van hun Wlz-uitvoerder;
  • de mogelijkheid om de uitvoerders van de wet aan te spreken op de kwaliteit van de dienstverlening en zorg wordt vergroot en;
  • innovatie wettelijk wordt gestimuleerd via een experimenteerartikel in de wet.