Wet zorg en dwang

De nieuwe Wet Zorg en dwang werd in september 2013 behandeld in de Tweede Kamer. De verwachting is dat de wet niet vóór 2014 in werking treedt.Op dit moment geldt nog de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (de Wet Bopz). Cliënten met een psychiatrische stoornis, een (verstandelijke) handicap of dementerenden kunnen zichzelf of hun omgeving in gevaar brengen. Soms is het dan nodig maatregelen te treffen en de cliënt in zijn vrijheid te beperken om zichzelf of zijn omgeving te beschermen. Artikel 38 en artikel 39 van de Wet Bopz regelen omstandigheden waaronder vrijheidsbeperking is toegestaan met als doel het gevaar, dat voortkomt uit de stoornis van de cliënt, weg te nemen.

Door vele aanpassingen is de Wet Bopz inmiddels zeer complex geworden. Bovendien worden er ook vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast in zorgorganisaties die niet Bopz-aangemerkt zijn. Omdat de wet niet aansluit bij de praktijk, is besloten de Wet Bopz te vervangen door een meer toekomstbestendige wet.

Het uitgangspunt van de Wet Zorg en dwang is ‘Nee, tenzij’. Dat wil zeggen dat vrijheidsbeperking, of ‘onvrijwillige zorg’ zoals het in deze wet heet, in principe niet mag worden toegepast, tenzij er sprake is van ernstig nadeel.

Valgevaar bv. wordt niet gezien als ernstig nadeel en is dus geen reden meer om vrijheidsbeperkende maatregelen toe te passen. Er moeten andere preventieve maatregelen worden getroffen om vallen te voorkomen. De wet benadrukt dat onvrijwillige zorg een allerlaatste optie is.

De Wet gaat uit van een getrapt zorgmodel. Als het niet lukt om een vrijwillig alternatief te vinden voor de onvrijwillige zorg, dient er meer (externe) deskundigheid ingeschakeld te worden om mee te denken.

In het wetsvoorstel staan de volgende kwaliteitscriteria voor het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen:

  • De situatie is geanalyseerd.
  • De maatregel/het alternatief is vastgesteld na overleg met cliënt, omgeving, specifieke deskundigen en relevante disciplines.
  • Er is aantoonbaar gezocht naar alternatieven.
  • De maatregelen/de alternatieven voldoen aan de criteria van proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit.
    – Proportionaliteit: de maatregel staat in redelijke verhouding tot het doel van de toepassing.
    – Subsidiariteit: de minst ingrijpende maatregel wordt ingezet.
    – Effectiviteit: het middel moet het beoogde doel bereiken en niet langer duren dan noodzakelijk.

Er zijn acties ondernomen om herhaling te voorkomen; de maatregel/het alternatief wordt geëvalueerd.
Zware maatregelen of maatregelen bij kinderen worden sneller geëvalueerd.
Er is een rapportage en verantwoording vastgelegd in het zorg- en ondersteuningsplan.

De wet Zorg en dwang geldt voor de ouderenzorg, thuiszorg en zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Van zorgorganisaties wordt verwacht dat ze nu al handelen in de geest van de nieuwe wet.