Wetsvoorstel semi-publieke sector

De toenmalige minister van Justitie zond in juli 2009 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer, waarin de ontwikkeling van een nieuwe rechtsvorm voor instellingen in de semipublieke sector werd aangekondigd. nl. de maatschappelijke onderneming. Kleinschalige, door vrijwilligers bestuurde instellingen hebben zich ontwikkeld tot grote professioneel geleide organisaties. Hun financiële belangen zijn toegenomen en de eisen die de maatschappij stelt evenzeer. Het wetsvoorstel sluit op deze ontwikkelingen aan en voorziet de instellingen van een nieuwe structuur, die recht doet aan hun professionaliteit. Het verschaft de instellingen een structuur voor de belangrijkste ondernemingsbeslissingen, waarin het interne toezicht is geregeld en het overleg met en de verantwoording aan belanghebbenden.

Woningcorporaties, zorginstellingen, scholen en alle andere instellingen die een maatschappelijk belang nastreven, kunnen slagvaardiger optreden door nieuwe toezicht- en besluitvormingsregels.

Wetsvoorstel
Het wetsvoorstel bepaalt, dat de maatschappelijke onderneming, naast een bestuur en een raad van toezicht, een belanghebbendenvertegenwoordiging heeft, die bijvoorbeeld uit cliënten kan bestaan. Het bestuur vertegenwoordigt de maatschappelijke onderneming. De raad van toezicht controleert en benoemt het bestuur. Belangrijke bestuursbesluiten moeten door de raad van toezicht worden goedgekeurd.

Het bestuur voert periodiek overleg met en legt verantwoording af aan de belanghebbendenvertegenwoordiging, die het recht heeft te adviseren over belangrijke beslissingen. Ook krijgt deze de bevoegdheid om een lid van de raad van toezicht voor te dragen en de rechter te vragen een falende toezichthouder te ontslaan. Verder krijgt de belanghebbendenvertegen-woordiging het recht om de Ondernemingskamer te vragen een onderzoek in te stellen naar het gevoerde beleid. De instellingen kunnen de dialoog met de belanghebbenden voor een groot deel naar eigen inzicht regelen. Dit kan met behulp van een branchecode – zoals de bestaande voor de zorg – waarin afspraken staan over goed bestuur en de manier waarop het overleg met de belanghebbenden moet worden gevoerd.