WNT ook voor interim-directies

De ministerraad heeft begin oktober 2015 ingestemd met een regeling voor ingehuurde top-functionarissen in de (semi)publieke sector. Na een jaar moet deze groep onder de norm van de Wet Normering Topinkomens (zie artikel “Wet Normering Topinkomens WNT“) vallen.
 
Voor topfunctionarissen in de (semi)publieke sector geldt volgens de Wet Normering Topin-komens (zie artikel “Wet Normering Topinkomens WNT“) een maximumbezoldiging van 178.000 euro per jaar, gebaseerd op het ministersalaris (WNT-2). Maar voor ingehuurde top-functionarissen (bv. interim-directies in de zorg) geldt nog de WNT-1 norm van 130% van een ministersalaris als zij langer dan 6 maanden werken in een periode van 18 maanden. Die norm wordt door de nieuwe regeling aangescherpt.
Na inwerkingtreding mag de bezoldiging van ingehuurde topfunctionarissen niet meer bedragen dan de som van 24.000 euro per maand voor de eerste 6 maanden van de functievervulling en 18.000 euro per maand voor de volgende 6 maanden. Ook geldt een uurtarief van maximaal 175 euro. Bovendien vallen na 12 maanden ingehuurde topfunctionarissen onder dezelfde WNT-norm als andere topfunctionarissen in de (semi)publieke sector: maximaal 178.000 euro per jaar.
 
Dat ingehuurde topfunctionarissen het eerste jaar volgens een andere norm verdienen dan topfunctionarissen in vaste dienst doet recht aan de praktijk. Daaruit blijkt dat acute en korte opdrachten een intensievere inzet van de topfunctionaris vragen. Ook is er sprake van bij-komende kosten zoals administratie en bemiddeling.
Het aan banden leggen van de tarieven voor externe inhuur van topfunctionarissen past bin-nen het beleid binnen de (semi)publieke sector om bovenmatige bezoldigingen te voorko-men.
Het ontwerpbesluit gaat voor advies eerst naar de Raad van State. Het is de bedoeling het besluit per 1 januari 2016 in te laten gaan.
 

Declaraties

In een brief van de ministers Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(OCW), Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Blok voor Wonen en Rijksdienst (W&R) aan de Tweede Kamer wordt gesteld, dat declaraties van bestuurders van semipublieke organisaties sober, eenduidig, doelmatig en transparant moeten zijn. Om excessen te voorkomen moeten de sectoren zelf hun verantwoordelijkheid nemen.
Meer regels vanuit de overheid is niet de beste oplossing. Het is van doorslaggevend belang dat bestuurders zelf normen stellen. Gedragscodes kunnen hen helpen de juiste keuzes te maken.
De brancheorganisaties in de zorg hebben er inmiddels bij hun leden op aangedrongen dat declaraties verantwoord moeten zijn.
In de gesprekken die VWS voert over de aanscherping van de zorgbrede governancecode zal de wenselijkheid van heldere declaratienormen worden besproken. De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat sterker dan voorheen toezien op de naleving van de door het veld zelfopgelegde normen. Raden van Toezicht zijn en blijven verantwoordelijk voor het declaratiegedrag van bestuurders.
Voor het onderwijs en de woningcorporaties gelden soortgelijke aanbevelingen.